Schulinck Omgevingsrecht - Verzameling met vragen van de week

Gepubliceerd op 06-07-2020

Wolters Kluwer voorziet gemeentediensten van de juiste juridische informatie. Ambtenaren die verantwoordelijk zijn voor alles wat met omgevingsrecht te maken heeft, vinden in de Schulinck database het antwoord op al hun vragen over bijvoorbeeld ruimtelijke ordening en leefmilieu. Die juridische informatie wordt verzameld en in klare taal omgezet door een team van juridische experts. In onze rubriek Vragen van de week geven we antwoord op relevante vragen op het vlak van omgevingsrecht.

Vraag 1: Mag een gemeente meldingsplichtige handelingen vergunningsplichtig maken en de meldingsplicht invoeren voor vrijgestelde stedenbouwkundige handelingen?

Antwoord: De gemeenteraad kan in het kader van haar ruimtelijk beleid beslissen om meldingsplichtige stedenbouwkundige handelingen vergunningsplichtig te maken en een meldingpslicht in te voeren voor de stedenbouwkundige handelingen die vrijgesteld zijn van de vergunningsplicht. Het college van burgemeester en schepenen moet deze beslissing dan vastleggen in een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening.

Vraag 2: Kan een vergunning verkregen worden voor stedenbouwkundige werken die reeds gestart of uitgevoerd zijn?

Antwoord: Een omgevingsvergunning heeft in principe een voorafgaand karakter. Toch worden soms handelingen of activiteiten uitgevoerd zonder dat er een vergunning werd verleend. Dit gebeurt vaak uit onwetendheid, omwille van technische moeilijkheden bij de uitvoering of gewoon omdat de eigenaars hun zin willen doordrijven. Zulke handelingen kunnen een stedenbouwkundig misdrijf uitmaken.

In sommige gevallen is het evenwel mogelijk een vergunning na of tijdens de uitvoering van de vergunningsplichtige handelingen of activiteiten te verkrijgen. Dergelijke regularisatievergunning wordt beoordeeld volgens dezelfde beoordelingsgronden en volgt dezelfde gebruikelijke vergunningsprocedure als bij een normale omgevingsvergunningsaanvraag. Of een vergunningverlenende overheid een regularisatievergunning al dan niet toekent hangt voornamelijk af van de bestemming van de zone waarin de woning of constructie zich bevindt en de aard van de overtreding.

Vraag 3: Kan een omgevingsvergunning worden geweigerd voor slechts een gedeelte van de aanvraag?

Antwoord: In principe is de omgevingsvergunning één en ondeelbaar, wat betekent dat de vergunningsbeslissing niet gedeeltelijk kan worden vernietigd. Op deze regel bestaat een uitzondering. Een omgevingsvergunning is wel splitsbaar, wanneer blijkt dat bepaalde onderdelen van de rest van de vergunning kunnen worden afgesplitst, zonder dat die andere onderdelen hun voorwerp of hun bestaansreden verliezen. Het komt er op neer dat de vergunningverlenende overheid dezelfde vergunningsbeslissing zou moeten genomen hebben, met of zonder het af te splitsen gedeelte. Wanneer een project meerdere elementen of aspecten bevat en wanneer die elementen of aspecten onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, dan geldt de verplichting tot een gezamenlijke vergunningsaanvraag van zodra minstens één van de aspecten vergunningsplichtig is.

Stel, er wordt een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen aangevraagd voor het bouwen van een woning en een loods op hetzelfde perceel. Het is mogelijk dat de vergunningverlenende overheid een omgevingsvergunning verleent voor het bouwen van de woning, maar niet voor het bouwen van de loods (omdat dit bijvoorbeeld niet aan de wettelijke eisen voldoet qua hoogte). De loods en de woning hebben twee afzonderlijk functies en zijn niet “onlosmakelijk verbonden” met elkaar. Bovendien zou de overheid dezelfde beslissing hebben genomen indien de aanvraag maar betrekking heeft op enkel de woning of de loods.

Vraag 4: Kan er afgeweken worden van een afgeleverde omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen tijdens de uitvoering ervan of moet een nieuwe omgevingsvergunning worden aangevraagd?

Antwoord: Tijdens het uitvoeren van stedenbouwkundige handelingen kan er soms afgeweken worden van de toegekende omgevingsvergunning. Het is wettelijk bepaald welke afwijkingen zijn toegestaan. Het komt er op neer dat er wordt voorzien in een mogelijkheid om het uitvoeren van vergunde stedenbouwkundige activiteiten (m.b.t. de constructies) te combineren met bepaalde andere stedenbouwkundige handelingen zijnde:

  • handelingen die geen vergunningsplicht hebben, zoals het schilderen van muren;
  • handelingen die vrijgesteld zijn van de vergunningplicht, zoals het verplaatsen van binnendeuren of niet dragende binnenmuren;
  • handelingen die een meldingsplicht hebben, voor zover ze beperkt blijven binnen het gebouw of de woning, zoals het verplaatsen van dragende binnenmuren.

Op vraag van de bouwheer kan de architect een as-builtattest opmaken om de afwijkingen vast te stellen. Dit attest is niet verplicht. De architect bezorgt dan een afschrift van het attest aan het college van burgemeester en schepenen.

Daarnaast kunnen kleine afwijkingen worden doorgevoerd ten opzichte van de vergunde plannen als er geen grotere afwijkingen zijn dan de voorziene technische tolerantiemarge eigen aan het bouwproces. De zogenaamde “metsershaar” kan bijvoorbeeld enkele centimeters verschil in de breedte van een raam of deur uitmaken omwille van de afmetingen van de gebruikte bakstenen.

Bovendien is het belangrijk op te merken dat de uitvoering van vergunde stedenbouwkundige handelingen nooit gecombineerd kan worden met handelingen die vergunnings- of meldingsplichtig zijn gemaakt in een gemeentelijke (of provinciale) stedenbouwkundige verordening.

Voor alle afwijkingen die niet hierboven zijn opgesomd, en veelal grote afwijkingen van de vergunning zijn, is het project niet meer vergund en moet een nieuwe omgevingsvergunning worden aangevraagd.

  73