Antwerpen 24 februari 2003

Revindicatievordering - hoedanigheid van revindicerende partij

De vordering tot revindicatie uitgaande van de Duitse verzekeringsmaatschappij is principieel ongegrond aangezien zij niet als eigenares van het gestolen voertuig kan worden beschouwd. Zij was op het ogenblik van de vervreemding immers niet de bezitter van het voertuig. Evenmin kan de overgang van eigendom worden vastgesteld als gevolg van de vergoeding van de verzekerde. De toepassing van § 67 Duitse Verzekeringswet en artikel 13, afdeling 7 Allgemeinen Bedingungen für die Kraftfahrzeugversicherung leiden in casu niet tot eigendomsoverdracht.
Zelfs in de hypothese dat de verzekeringsmaatschappij eigenares van het voertuig zou zijn,wordt zij - tenzij ze aantoont dat appellante te kwader trouw heeft gehandeld, quod non - geconfronteerd met een verjaarde vordering. De verjaringstermijn van 3 jaar, zoals vastgelegd in artikel 2279 lid 2 B.W. aangaande onvrijwillig bezitsverlies, is overschreden.

Antwerpen 24 februari 2003, NjW 2003, nr. 45, 1076.



Berichttitel

Berichtomschrijving
  45