H.v.J. 16 januari 2003, nr. C-388/01

Vrij verkeer van diensten - non-discriminatie - art. 12 en 49 EG

Dit arrest kwam er nadat de EG-Commissie meerdere klachten had ontvangen omtrent discriminerende toegangsvoorwaarden tot bepaalde Italiaanse musea.In het bijzonder genoten Italianen of inwoners van bepaalde Italiaanse regio's of steden ouder dan 60 of 65 jaar gratis toegang tot verschillende (stedelijke en gemeentelijke) musea en monumenten. Buitenlandse toeristen dienden daarentegen steeds toegangsgeld te betalen, ongeacht hun leeftijd. Het Hof van Justitie oordeelt nu dat dergelijke regelingen in strijd zijn met het non-discriminatiebeginsel vervat in artikel 12 EG en het vrij verkeer van diensten (artikel 49 EG). Het Hof benadrukt dat het vrij verkeer van diensten niet enkel de dienstverstrekker beschermt maar tevens rechten toekent aan de dienstengenieter, in casu buitenlandse toeristen. Voortbouwend op vroegere rechtspraak herhaalt het Hof dat nationale regelingen die buitenlandse toeristen discrimineren voor wat betreft de toegang tot musea in strijd zijn met de bepalingen van het vrij verkeer van diensten (artikel 49 EG). Het Hof verduidelijkt dat ook maatregelen die niet alle eigen onderdanen begunstigen (bijv. door de gratis toegang te beperken tot inwoners van een regio of stad) als discriminerend kunnen beschouwd worden. Het feit dat de discriminerende maatregel werd aangenomen door een gedecentraliseerde autoriteit (stad of regio) neemt volgens het Hof niet weg dat de lidstaat verantwoordelijk blijft voor de nakoming van de verplichtingen die voortvloeien uit het gemeenschapsrecht.Het Hof verwerpt ook de door Italië aangevoerde rechtvaardigingsgronden. Italië beriep zich op de hoge kosten die aan het beheer van het cultureel erfgoed verbonden zijn om aan te tonen dat een veralgemening van de gratis toegang tot buitenlandse toeristen ouder dan 60 of 65 jaar economisch onhaalbaar is. Het Hof verwerpt dit argument. Zuiver economische motieven kunnen geen inbreuk op de bepalingen van het vrij verkeer (van diensten) rechtvaardigen. De stelling dat gratis toegang voor 60-plussers noodzakelijk beperkt moest worden om de samenhang van het nationaal belastingstelsel te garanderen wordt eveneens afgewezen. De Italiaanse overheid had aangevoerd dat de gratis toegang een tegenprestatie vormde voor de betaling van belastingen. De onderdanen of inwoners zouden - volgens de Italiaanse overheid - door de betaling van belastingen immers reeds bijdragen aan de kosten voor het beheer van het cultureel patrimonium. Volgens het Hof bestaat tussen de belastingheffing en de gratis toegang tot musea en monumenten evenwel niet het vereiste rechtstreeks verband. Bovendien merkt het Hof op dat niet alle Italiaanse belastingsbetalers van het voordeeltarief genieten. Hierdoor kan de beweerde noodzaak om de samenhang van het belastingstelsel te garanderen in casu geen rechtvaardiging bieden voor de discriminerende behandeling van buitenlandse toeristen.

H.v.J. 16 januari 2003, nr. C-388/01, NjW 2003,1037. 



Berichttitel

Berichtomschrijving
  24