Antwerpen 3 maart 2020

Burenhinder – foutloze aansprakelijkheid – art. 544 BW – toerekenbaar – attribuut van het eigendomsrecht – foutaansprakelijkheid aannemer – art. 1382 BW – in solidum gehoudenheid – contractuele vrijwaring

De verbintenis tot evenwichtsherstel bij bovenmatige burenhinder op grond van artikel 544 BW kan ontstaan buiten iedere fout. Het volstaat daartoe vast te stellen dat de bovenmatige burenhinder bestaat en dat die hinder te wijten is aan een daad, een verzuim of een gedraging van degene, houder van een attribuut van het eigendomsrecht op een naburig goed, aan wie die burenhinder wordt toegerekend.
De omstandigheid dat de bouwheer de werken zelf niet heeft uitgevoerd, maar heeft toevertrouwd aan een aannemer, doet niet af aan de vaststelling dat de opdrachtgever opdracht gaf tot deze werken, wat een aan hem toerekenbare daad impliceert.
Als de schade zich heeft voorgedaan omwille van een fout van de aannemer, dan zijn de hinderverwekkende nabuur-bouwheer en aannemer in solidum gehouden om de schade te vergoeden.
De nabuur-bouwheer die op grond van een foutloze aansprakelijkheid gehouden is om de schadelijder te compenseren omwille van de door de aannemer begane contractuele wanprestatie, kan de aannemer – gelet op deze wanprestatie – aanspreken in contractuele vrijwaring (gesteund onder meer op artikel 1134 BW).

Antwerpen 3 maart 2020, NjW 2021, afl. 434, 27.

  32