Gent 18 december 2019

Kort geding – begrip ‘urgentie’ – taak van de appelrechter in kort geding – urgentie als bevoegdheids- en gegrondheidsvereiste – feitenkwestie – gedrag van de eiser – schorsing van de tenuitvoerlegging

De beoordeling van de urgentie is een feitenkwestie waarbij onder meer rekening wordt gehouden met het gedrag van de eiser in kort geding. Talmt de eiser zonder rechtvaardiging met het instellen van een vordering voor de rechter ten gronde, dan zal hij zich niet kunnen beroepen op de urgentie. Bovendien geldt als principiële regel dat het schorsen van de tenuitvoerlegging niet tot de bevoegdheid van de kortgedingrechter behoort. Beide argumenten kon de appelrechter in deze zaak aanwenden om het bestreden bevelschrift teniet te doen. De appelrechter gaat in op het gebrek aan urgentie en voert daarbij een grondig onderzoek van de feiten en in het bijzonder van het gedrag van de eiser in kort geding.

Gent 18 december 2019, NjW 2020, afl. 431, 834.
  18