Ondrb. Brussel (Nl.) 24 december 2019

Mededingingsrecht – kartel – rechtsvordering tot schadevergoeding wegens inbreuken op het mededingingsrecht – Kartelschaderichtlijn – temporele toepassing omzettingswet – richtlijnconforme interpretatie – buitencontractuele aansprakelijkheid – moederonderneming

De omzettingswet van 6 juni 2017 betreffende de Kartelschaderichtlijn (Richtlijn nr. 2014/104/EU) is slechts van toepassing op schadevorderingen voor zover de rechtsfeiten die aan deze vordering ten grondslag liggen zich hebben voorgedaan na de inwerkingtreding van die wet of voor zover het kartel is blijven voortbestaan na die inwerkingtreding. Het onderscheid dat de overgangsbepaling in de omzettingswet (art. 45) maakt tussen regels van materiële en procedurele aard, is slechts relevant wanneer de dagvaarding werd uitgebracht vóór 26 december 2014. De gemeenrechtelijke regels inzake buitencontractuele aansprakelijkheid zijn van toepassing op schadevorderingen voor mededingingsrechtelijke inbreuken die vóór die datum hebben plaatsgevonden. Een richtlijnconforme interpretatie is daarbij niet aan de orde.
Wanneer een beschikking van de Europese Commissie vaststelt dat een moederonderneming aansprakelijk is voor inbreuken op artikel 101 VWEU gepleegd door dochterondernemingen, betekent dit niet automatisch dat de moederonderneming een fout heeft begaan in de zin van artikel 1382 BW. Zo’n fout ligt evenwel voor indien een moederonderneming die op een normaal zorgvuldige en omzichtige wijze toezicht uitoefent op haar dochterondernemingen in dezelfde omstandigheden de deelname aan een kartel door haar dochterondernemingen had opgemerkt en getolereerd. Een moederonderneming kan niet onwetend zijn over de organisatie en instandhouding van een kartel in de hele Europese Economische ruimte gedurende een periode van 14 jaar.
Een dochteronderneming die geen geadresseerde is van de beschikking van de Europese Commissie die mededingingsrechtelijke inbreuken vaststelt, begaat zelf geen fout in de zin van artikel 1382 BW als de onderneming niet op de hoogte was van de prijsafspraken van het kartel en deze dus niet op de Belgische markt kan hebben geïmplementeerd.

Ondrb. Brussel (Nl.) 24 december 2019, NjW 2020, afl. 427, 642.

  40