Antwerpen 5 november 2019

Strafrechtspleging – ambtshalve aanhouden burgerlijke belangen – vermelding burgerlijke partij in tenlasteleggingen – gevolg niet aanhouden – onontvankelijkheid burgerlijke vordering voor strafrechter – artikel 4 V.T.Sv.

Zowel in eerste aanleg als in hoger beroep was de beklaagde veroordeeld zonder dat de burgerlijke belangen uitdrukkelijk aangehouden werden. De correctionele rechtbank te Antwerpen had een latere vordering tot schadevergoeding op grond van artikel 4 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering toch toegekend. In dit arrest hervormt het hof van beroep dit vonnis. Wanneer in de rechterlijke beslissing niet uitdrukkelijk vermeld is dat de burgerlijke belangen ambtshalve aangehouden worden en artikel 4 Voorafgaande Titel van het Wetboek van Strafvordering niet uitdrukkelijk vermeld is bij de toegepaste wetsartikelen, is het niet mogelijk voor benadeelde partijen om hun vordering door middel van een verzoekschrift alsnog bij de strafrechter aanhangig te maken. De vermelding van de burgerlijke partij in de tenlasteleggingen is daarbij irrelevant. De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij was dus ab initio op niet ontvankelijke wijze aanhangig gemaakt bij de strafrechter.

Antwerpen 5 november 2019, NjW 2020, afl. 426, 595.

  27