HvJ 2 april 2020, nr. C 370/17 en nr. C 37/18

Sociale zekerheid – A1-verklaringen – fraude – toepasselijke wetgeving – detachering – Europese Unie – coördinatieverordening 883/04

Bij grensoverschrijdende tewerkstelling in de EU, geldt op basis van verordening nr. 883/04 dat slechts één socialezekerheidsstelsel van toepassing kan zijn, met name dat van de lidstaat waar de persoon normaliter zijn werkzaamheden verricht. De verordening voorziet in een uitzondering hierop wanneer een persoon tijdelijk in een andere lidstaat activiteiten uitoefent. In dat geval blijft deze persoon onderworpen aan het socialezekerheidsstelsel van zijn thuislidstaat, en dient een A1-verklaring als bewijs hiervan.
Een A1-verklaring is bindend. Bij vragen naar de geldigheid en de correctheid van een A1-verklaring moet de bemiddelingsprocedure voorgeschreven in de Europese regelgeving worden gevolgd: aan de nationale administratie van de thuislidstaat moet worden gevraagd zijn beslissing te herbekijken. De administratie of de rechter in de gastlidstaat kan de verklaring niet onverkort intrekken.
De zaken voorhanden hadden betrekking op de detachering naar Frankrijk van Spaanse werknemers door de luchtvaartmaatschappij Vueling Airlines. De werknemers waren in het bezit van een A1-verklaring afgegeven door de Spaanse administratie. Volgens de Franse sociale inspectie was deze aangifte echter niet correct. De vraag rees of de Franse rechter de A1-verklaringen buiten beschouwing kon laten, waarop deze de vraag voorlegde aan het Hof van Justitie. Het Hof bouwde voort op zijn eerdere rechtspraak: er moet eerst een verzoek worden gericht aan de autoriteiten van de thuislidstaat om de verklaringen te herbekijken en in te trekken. De bemiddelingsprocedure moet daarbij worden gevolgd, ook bij een vermoeden van fraude.

HvJ 2 april 2020, nr. C 370/17 en nr. C 37/18, NjW 2020, afl. 425, 539.

  20