Antwerpen 16 september 2019

Fiscaal recht – inkomstenbelastingen – personenbelasting – verdragsrechtelijk vrijgestelde inkomsten (Eurocontrol) – progressievoorbehoud – belastingverminderingen

Een Belgisch rijksinwoner werkt bij Eurocontrol. Zijn bezoldiging is onder progressievoorbehoud in België vrijgesteld. Hij is getrouwd met een andere Belgische rijksinwoner, en heeft het hoogste belastbaar inkomen van beiden. Het koppel vordert diverse fiscale voordelen, maar verliest een gedeelte door de gedeeltelijke toerekening op het vrijgestelde inkomen van de man. Na in eerste aanleg te hebben verkregen dat alle voordelen ofwel op het beroepsinkomen van de vrouw moeten worden aangerekend, dan wel omgezet in een terugbetaalbaar krediet, gaat de Belgische Staat in beroep. In een tussenarrest wordt het vonnis voor sommige stimuli bevestigd, waarna het koppel afstand doet van de fiscale voordelen voor bouwsparen en langetermijnsparen, omdat hiervoor niet voldaan werd aan vereiste vormvoorwaarden.
Het hof oordeelt nog uitsluitend over een belastingvermindering voor groene leningen en voor uitgaven voor beveiliging tegen inbraak. Het verwijst naar het Hof van Justitie dat op 14 maart 2019 heeft geoordeeld dat alle belastingverminderingen die bedoeld zijn om een belastingplichtige te stimuleren om uitgaven en investeringen te doen die noodzakelijkerwijze van invloed zijn op de fiscale draagkracht van de betrokkene kunnen worden beschouwd als verbonden aan de ‘persoonlijke en gezinssituatie’ van de betrokkene. Deze voordelen mogen daarom niet worden beperkt door grensoverschrijdende tewerkstelling. Deze interpretatie moet volgens het hof ook gelden voor andere belastingplichtigen wiens inkomsten met progressievoorbehoud worden vrijgesteld. Anders zouden agenten van Eurocontrol benadeeld worden naar gelang ze in België, dan wel in een andere EU-lidstaat voor deze organisatie werken.

Antwerpen 16 september 2019, NjW 2020, afl. 422, 411.

  22