Rb. Brussel (Fr.) 26 april 2018

Strafrecht – penitentiair recht – Basiswet gevangeniswezen 12 januari 2005 – D-Rad:Ex-afdelingen – gevangenisregime – individueel bijzonder veiligheidsregime – art. 1382 BW – verlies van kans – effectief rechtsmiddel

Enkele (ex-)gedetineerden klaagden de Belgische Staat aan wegens hun detentie in de D-Rad:Exafdeling van de gevangenis te Itter. Twee D-Rad:Ex-afdelingen (de ene in de gevangenis van Itter en de andere in de gevangenis van Hasselt) openden in 2016 de deuren als reactie op onder andere de terroristische aanslagen in Brussel. De officiële uitleg van de overheid was dat ze er enkele ‘geradicaliseerde’ gedetineerden met een hoog ‘besmettingsgevaar’ wilde afzonderen van de overige gedetineerden. Deze schimmige afdelingen zijn sinds hun oprichting met een zweem van geheimhouding en juridische onduidelijkheid omfloerst. De Franstalige rechtbank van eerste aanleg te Brussel verduidelijkt dat de afzondering van een gedetineerde op een D-Rad:Ex-afdeling op zichzelf geen schending is van de mensenrechten. In weerwil van wat de overheid had geargumenteerd, vindt de rechtbank het regime op die afdeling echter geen ‘normaal’ gevangenisregime, maar wel een individueel bijzonder veiligheidsregime (art. 116-118 Basiswet gevangeniswezen). Gedetineerden beschikten niet over de hiermee gepaard gaande wettelijke materiële en procedurele waarborgen en dat vond de rechtbank een burgerrechtelijke fout van de overheid.

Rb. Brussel (Fr.) 26 april 2018, NjW 2020, afl. 417, 179.

  31