GwH 16 januari 2020, nr. 2020/1

Legaliteitsbeginsel in strafzaken – niet-retroactiviteit – [oud] artikel 128 Sociaal Strafwetboek – inbreuk Welzijnswet – begrip ‘werkgever’ – gebruiker van een uitzendkracht – arbeidsongeval

Artikel 128 van het Sociaal Strafwetboek, zoals het gold tijdens de periode van 1 juli 2011 tot en met 30 april 2016, bestrafte de werkgever, zijn aangestelde of lasthebber die een inbreuk had gepleegd op de bepalingen van de Welzijnswet of de besluiten ter uitvoering ervan. Het Grondwettelijk Hof oordeelt dat de opeenvolgende wetswijzigingen en hun parlementaire voorbereiding niet toelaten om het begrip ‘werkgever’ onder deze bepaling zodanig ruim te interpreteren dat het ook de gebruiker van een uitzendkracht zou omvatten. Bijgevolg kan de gebruiker van een uitzendkracht gedurende die periode dus niet strafrechtelijk aansprakelijk worden gesteld onder deze bepaling. Een andere lezing van het toen geldende artikel 128 van het Sociaal Strafwetboek zou het legaliteitsbeginsel en het niet-retroactiviteitsbeginsel in strafzaken schenden.

GwH 16 januari 2020, nr. 2020/1, NjW 2020, afl. 416, 116.

  56