Antwerpen 16 juli 2018

Toelaatbaarheid hoger beroep – belang voor het instellen van hoger beroep – opportuniteit van eis – dagvaarding in gedwongen tussenkomst bij eerder bevolen onderzoeksmaatregel – recht op bewijs – begin van bewijs – taak van de rechter bij verstek – devolutieve werking hoger beroep

Wanneer een procespartij haar rechtspositie kan verbeteren door hoger beroep in te stellen, heeft deze procespartij het vereiste belang om hoger beroep aan te tekenen. Zo is het hoger beroep van een procespartij tegen een beslissing waarbij zij alles heeft gekregen wat zij van de eerste rechter vorderde, toelaatbaar wanneer deze procespartij hoger beroep instelt om een eigen fout, nalatigheid of verzuim recht te zetten.
Een rechter kan enkel beoordelen of een eis toelaatbaar is, niet of deze eis opportuun is. De opportuniteit om een bepaalde derde al dan niet te betrekken in een lopende procedure, behoort tot het beschikkingsrecht van de procespartijen.
Een eerder bevolen onderzoeksmaatregel, waaraan de in gedwongen tussenkomst gedagvaarde partijen uitgenodigd worden om deel te nemen, doet geen afbreuk doet aan het recht van verdediging van die partijen. Alle expertiseverrichtingen die reeds zouden zijn uitgevoerd, kunnen tegensprekelijk worden overgedaan in aanwezigheid van de in gedwongen tussenkomst gedagvaarde partijen.
Een deskundigenonderzoek kan niet enkel worden bevolen wanneer een begin van bewijs van het beweerde gebrek voorligt. Het recht op bewijs verhindert onder meer dat de rechter een onderzoeksmaatregel zou weigeren om de enkele reden dat de aangevoerde feiten niet bewezen worden of omdat niet reeds andere bewijsmiddelen worden aangebracht.
Een rechter kan niet oordelen dat het toekennen van een vrijwaringsvordering tegen een partij die verstek laat gaan bij gebrek aan begin van bewijs, kennelijk onredelijk en dus strijdig met de openbare orde is. Wanneer een rechter een partij niet toelaat om bewijs te leveren tegen de verstek latende partij, kan hij onmogelijk oordelen dat de eis van die partij tegen de verstek latende partij kennelijk onredelijk is zonder het recht op bewijs van de eisende partij te miskennen en artikel 806 van het Gerechtelijk Wetboek te schenden.
Wanneer de rechter in hoger beroep, na het hoger beroep gegrond te hebben verklaard, het beroepen vonnis tenietdoet, wijzigt of hervormt en zelf uitspraak doet over het geschil, mag hij de zaak niet naar de eerste rechter verwijzen wanneer hij vervolgens zelf een onderzoeksmaatregel beveelt, ook al is die dezelfde als deze die bevolen werd door het beroepen vonnis. Dit verbod om terug te verwijzen, geldt ook wanneer de appelrechter een geschilpunt dat niet de grondslag vormt van de bevestigde onderzoeksmaatregel, anders beoordeelt dan de eerste rechter.

Antwerpen 16 juli 2018, NjW 2020, afl. 416, 124.

  28