Antwerpen 27 juni 2019

Art. 12 lid 1 Faill.W. / art. XX.105 WER – staking van betaling vanaf vonnis van faillietverklaring – vervroeging tijdstip – ernstige en objectieve omstandigheden geven ondubbelzinnig aan dat de betalingen voor het vonnis hebben opgehouden – datum vervulling faillissementsvoorwaarden – art. 2 Faill.W. / art. XX.99 WER – op duurzame wijze opgehouden te betalen – geschokt krediet

Overeenkomstig artikel 12 lid 1 Faill.W (art. XX.105 WER), wordt de gefailleerde rechtspersoon geacht op te houden te betalen vanaf het vonnis van faillietverklaring. Dit tijdstip mag door de rechtbank alleen worden vervroegd wanneer ernstige en objectieve omstandigheden ondubbelzinnig aangeven dat de betalingen voor het vonnis hebben opgehouden, en deze omstandigheden moeten in het vonnis worden vermeld (art. 12 lid 2 Faill.W. / art. XX.105 lid 2 WER). De rechter die de datum van staking van betaling bepaalt, legt daarmee de datum vast waarop de faillissementsvoorwaarden vervuld waren.
Artikel 2 Faill.W. (art. XX.99 WER) omschrijft de staat van faillissement als de toestand van de ondernemer die op duurzame wijze heeft opgehouden te betalen en wiens krediet geschokt is. Een ondernemer is in staat van faillissement wanneer hij zijn opeisbare schulden niet kan betalen of op korte termijn niet zal kunnen betalen, omdat hij daartoe niet in staat is bij gebrek aan eigen middelen of aan krediet.
Het geschokt krediet is een essentiële voorwaarde bij het bepalen van de datum van staking van betaling. Uit het gegeven dat haar schuldeisers niet aandrongen op betaling, hoewel de vennootschap reeds geruime tijd kampte met een groot bedrag aan onbetaalde facturen, kan worden afgeleid dat de vennootschap de facto krediet genoot. De vennootschap had geen achterstal in betalingen van personeelsschulden of overheidsschulden. Er waren voorafgaand aan het faillissement geen schuldeisers die gerechtelijke stappen hadden ondernomen en slechts één schuldeiser had bewarende maatregelen getroffen. Het krediet bij de bank werd niet opgezegd.
Er was dus geen reden om de datum van staking van betaling terug te stellen, omdat er geen ernstige en objectieve omstandigheden voorhanden waren die ondubbelzinnig weergaven dat de faillissementsvoorwaarden reeds vóór de uitspraak van het faillissement waren vervuld.

Antwerpen 27 juni 2019, NjW 2020, afl. 414, 40.

  51