GwH 23 mei 2019, nr. 2019/80

Omgevingsrecht – omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden – verdeling van grond in onbebouwde en bebouwde kavel – bescherming van een gezond leefmilieu – standstill-verplichting – aanzienlijke achteruitgang van het beschermingsniveau

De door het decreet van 8 december 2017 gewijzigde regeling in artikel 4.1.1, 14° VCRO, op grond waarvan een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden niet verplicht is voor de opsplitsing van een perceel in één bebouwde en één onbebouwde kavel, schendt het door artikel 23 lid 3, 4° Gw. gewaarborgde recht op de bescherming van een gezond leefmilieu en de daarin vervatte standstill-verplichting. De doelstelling van administratieve vereenvoudiging weegt niet op tegen de aanzienlijke achteruitgang van het door de vroegere wetgeving geboden beschermingsniveau. Een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden heeft een verordenend karakter en haar functie bestaat ook in de vrijwaring van het algemeen belang door een goede ruimtelijke ordening.

GwH 23 mei 2019, nr. 2019/80, NjW 2019, afl. 411, 793.

  15