Antwerpen 17 mei 2018

Art. 4 Brussel Ibis Verordening – gerecht van de lidstaat van woonplaats – art. 25 lid 1 a) Brussel Ibis Verordening – forumkeuzebeding – wilsovereenstemming – art. 8.1 Brussel Ibis Verordening – nauwe band tussen vorderingen – woonplaats van de vereffenaar – art. 198 §1 W.Venn. / art. 2:143 §1 WVV – vereffende vennootschap – passieve rechtsbekwaamheid – geen procesbekwaamheid – geen rechtsplegingsvergoeding.

Zij die woonplaats hebben op het grondgebied van een lidstaat worden, ongeacht hun nationaliteit, opgeroepen voor de gerechten van die lidstaat (art. 4 Brussel Ibis Verordening).
Artikel 25 lid 1 a) Brussel Ibis Verordening bepaalt dat een overeenkomst tot aanwijzing van een bevoegd gerecht wordt gesloten hetzij bij een schriftelijke overeenkomst hetzij bij een schriftelijk bevestigde mondelinge overeenkomst. Opdat er sprake zou zijn van een rechtsgeldig bevoegdheidsbeding moet de wilsovereenstemming daadwerkelijk vaststaan.
De vereiste van een schriftelijke overeenkomst en uitdrukkelijke wilsovereenstemming wordt strikt geïnterpreteerd.
Een forumkeuzebeding dat is opgenomen in een hoofdovereenkomst, maar niet herhaald is in een aanvullende overeenkomst, is niet van toepassing in de rechtsverhouding die betrekking heeft op de aanvullende overeenkomst.
Op grond van artikel 8.1 Brussel Ibis Verordening kan een persoon die op het grondgebied van een lidstaat woonplaats heeft, indien er meer dan één verweerder is, ook worden opgeroepen voor het gerecht van de woonplaats van één van hen, op voorwaarde dat er tussen de vorderingen een zo nauwe band bestaat dat een goede rechtsbedeling vraagt om hun gelijktijdige behandeling en berechting, teneinde te vermijden dat bij afzonderlijke berechting van de zaken onverenigbare beslissingen worden gegeven. In het kader van de toepassing van dit artikel moet niet worden gekeken naar de voormalige maatschappelijke zetel van de vereffende vennootschap, maar wel naar de woonplaats van de vereffenaar.
Na de sluiting van de vereffening heeft een vennootschap geen rechtspersoonlijkheid en geen procesbekwaamheid meer om een nieuwe procedure te starten, ook niet vertegenwoordigd door haar vereffenaar qualitate qua. De overblijvende passieve rechtsbekwaamheid op grond van artikel 198 §1 W.Venn. / art. 2:143 §1 WVV houdt enkel in dat de vereffende vennootschap geacht wordt voort te bestaan om zich te verweren tegen vorderingen die de schuldeisers tijdig hebben ingesteld tegen de vennootschap.
De vereffende vennootschap heeft geen rechtspersoonlijkheid en geen procesbekwaamheid meer en kan geen rechtsplegingsvergoeding vorderen, hetgeen een daad van actieve rechtsbekwaamheid uitmaakt.

Antwerpen 17 mei 2018, NjW 2019, afl. 411, 803.

  21