GwH 29 augustus 2019, nr. 2019/119

Jeugdhulp – jeugdrechter – vrijwilligheid – sociale dienst – tegensprekelijk debat

Het feit dat een jeugdrechter verplicht wordt de door hem bevolen maatregel, opgelegd bij hoogdringendheid, aan een minderjarige in een verontrustende situatie onmiddellijk te beëindigen als de sociale dienst vaststelt dat er vrijwillige hulp georganiseerd kan worden, is ongrondwettelijk. Het komt de jeugdrechter toe om toetsing te doen of de intrekking verantwoord is en een tegensprekelijk debat te organiseren. De sociale dienst heeft in hoogdringende zaken, net als bij vorderingen na doorverwijzing uit de vrijwilligheid, een adviserende bevoegdheid over het bestaan van vrijwilligheid bij de betrokkenen, geen beslissende.

GwH 29 augustus 2019, nr. 2019/119, NjW 2019, afl. 408, 654.

  20