Antwerpen 22 oktober 2018

Artikel 91 Zeewet – bevoegdheidsbeding – doorvoercognossement – artikel 91 §2 WIPR – vervoersovereenkomst CMNI

Dit arrest betreft een geschil tussen een ladingbelanghebbende, gevestigd in België (E.V.M.) en verscheidene binnen- en buitenlandse verzekeringsmaatschappijen tegen een zeevervoerder (Evergreen). Het gaat om een internationaal vervoer van drie containers geladen met glasplaten. Het uitgegeven cognossement vermeldt een Chinese haven als laadhaven, Rotterdam als loshaven en Antwerpen als plaats van aflevering. Een bevoegdheidsbeding afgedrukt op de keerzijde van het cognossement voorziet voor niet US handel in de rechtsmacht van de ‘High Court of London, England’. De goederen werden na het zeevervoer tussen China en Rotterdam aldaar gelost en nadien overgeslagen op een binnenschip en vervolgens over de binnenwateren naar Antwerpen vervoerd. De drie containers werden uiteindelijk over de weg bij de bestemmeling E.V.M. in Menen afgeleverd. De CMR vrachtbrieven vermelden dat de betroffen glasplaten waterschade hebben opgelopen.
Appelanten vorderen schadevergoeding van de zeevervoerder (Evergreen) voor een bedrag ter waarde van de aankoopprijs en bijkomende kosten, in totaal meer dan 42.000,- euro. In eerste aanleg is de rechtbank van oordeel geen rechtsmacht te hebben om van het geschil kennis te nemen.
Na grondig onderzoek bevestigt het hof van beroep dat artikel 91 Zeewet niet van toepassing is wegens de aanwezigheid van een forumbeding opgenomen in de cognossementsvoorwaarden. De Belgische rechter ontbreekt bijgevolg rechtsmacht om het geschil te behandelen.

Antwerpen 22 oktober 2018, NjW 2019, afl. 404, 482.

  6