RvS 17 januari 2019, nr. 243.419

Miskenning door inschrijver van het in het bestek opgenomen maximum bouwbudget – offerte desondanks aanvaard door de aanbestedende overheid – miskennen door de aanbestedende overheid van het beginsel ‘patere legem quam ipse fecisti’ – substantieel onregelmatige offerte

Omdat de gekozen inschrijver in zijn offerte het in het bestek opgenomen maximum bouwbudget van 3,5 miljoen euro met 377.000,- euro had overschreden, oordeelde de Raad van State dat het hier om een substantieel onregelmatige offerte ging. De miskenning van de besteksbepaling bevattende het maximum bouwbudget is van die aard om de gekozen inschrijver een discriminerend voordeel te bieden of de vergelijking met de andere offertes die zich wel onder dat maximum bevinden, te verhinderen.

RvS 17 januari 2019, nr. 243.419, NjW 2019, afl. 402, 392.

  16