RvS 14 december 2018, nr. 243.249

Raad van State – afdeling Bestuursrechtspraak – versnelde rechtspleging – automatische vernietiging – schadevergoeding tot herstel – vereiste van vaststelling van onwettigheid

Een verzoekende partij voor de Raad van State kan een schadevergoeding tot herstel vorderen indien zij omwille van de onwettigheid van de bestuurlijke rechtshandeling een nadeel heeft geleden. In het licht van die bepaling en meer in het bijzonder haar belang om het vernietigingsberoep besloten te zien worden met een arrest dat duidelijk de onwettigheid van de bestreden beslissing vaststelt, moet in artikel 30 § 3 RvS-Wet en artikel 14quinquies van het Algemeen Procedurereglement slechts een bevoegheidstoewijzing worden gelezen om, afhankelijk van de vaststelling van een onwettigheid, via een versnelde rechtspleging tot nietigverklaring over te gaan.

RvS 14 december 2018, nr. 243.249, NjW 2019, afl. 400, 291.

  12