Antwerpen 17 september 2018

Staking – werkwillige werknemers – feitelijkheden – volstrekte noodzakelijkheid – art. 584 lid 4 Ger.W. – blokkeren doorgang bedrijf – gebrek aan belang – eenzijdig verzoekschrift – derdenverzet – vrijheid om te werken – recht op collectieve actie

In deze zaak moest het hof van beroep te Antwerpen oordelen of de stakers een belang hebben bij het derdenverzet en of de werkgever terecht gebruik had gemaakt van de procedure via eenzijdig verzoekschrift naar aanleiding van een collectieve actie in zijn bedrijf.
De voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg had het derdenverzet van de stakers nog afgewezen wegens een gebrek aan belang, omdat de werkgever afstand had gedaan van het recht om zich op de gevolgen van de beschikking te beroepen. Het hof stelt evenwel dat de stakers weldegelijk een belang hebben, gezien de werkgever pas afstand deed nadat de staking door de betekening van de beschikking gebroken werd. Bovendien is het volgens het hof niet vereist dat de stakers reeds schade hebben geleden, maar wel dat de beslissing hun rechten kan benadelen. Het hof wijst hierbij op de beperking van de fundamentele rechten van de stakers (het recht op collectieve actie, het recht op vereniging en het recht op vrije meningsuiting) en het verhinderen van het werk als vakbondsafgevaardigde.
Verder gaat het hof aan de hand van de feiten na of aan de voorwaarde van volstrekte noodzakelijkheid van artikel 584 lid 4 Ger W. is voldaan. De stakingsacties bestonden uit het blokkeren van een vrachtwagen door het saboteren van elektrische poorten; het verhinderen van een werkwillige heftruckchauffeur door het plaatsen van obstakels en het vormen van een menselijke ketting; en uit het op de stockdozen gaan zitten, zodat de werkwillige werknemers deze niet konden labelen.
Het hof merkt op dat deze acties op vreedzame wijze, zonder geweld of bedreigingen, noch beschadigingen werden gepleegd. De verhinderingen kunnen niet worden beschouwd als intimidaties van de werkwillige werknemers. Bovendien heeft de gerechtsdeurwaarder enkele actievoerders kunnen identificeren (en was er geen sprake van nietidentificeerbare actievoerders die niet tot het personeelsbestand van de werkgever behoorden), werd niet vastgesteld dat de werkwillige werknemers het bedrijf niet konden betreden en hadden de stakers de werkwillige werknemers niet verplicht om mee actie te voeren.
Wegens deze redenen is er niet aan de volstrekte noodzakelijkheid voldaan, waardoor het opleggen van de maatregelen aan de stakers via de procedure met eenzijdig verzoekschrift, een beperking vormde van het stakingsrecht zoals gewaarborgd door artikel 6§ 4 ESH.

Antwerpen 17 september 2018, NjW 2019, afl. 398, 217.

  8