Arbh. Brussel 5 juli 2018

Richtlijn nr. 1999/70/EG - misbruik opeenvolgende contracten bepaalde duur - praktijkassistent universiteit - wilsautonomie partijen - herkwalificatie arbeidsverhouding - wet 3 juli 1978

Het louter feit dat partijen de rechtsverhouding als deze van een praktijkassistent binnen een universitaire instelling gekwalificeerd hebben, sluit niet uit dat de feitenrechter een andere kwalificatie in de plaats kan stellen. Het arbeidshof stelt vast dat de feitelijke uitvoering van de aanstelling niet overeenkomt met de omschrijving van de taken die een praktijkassistent moet opnemen, in casu praktijkgebonden onderwijs verstrekken. De feitenrechter stelde vast dat de reële opdracht ruime taken van wetenschappelijk onderzoek inhield en herkwalificeerde de overeenkomst tot een contract als Bijzonder Academisch Personeel. Bijgevolg moesten de bepalingen van artikel 10 en 11 van de Arbeidsovereenkomstenwet toegepast worden in samenhang met het Europese raamovereenkomst van 18 maart 1999 en werd onderzocht of er objectieve redenen bestaan voor het gebruik van opeenvolgende contracten. Het hof besluit dat de opeenvolgende contracten niet gerechtvaardigd waren wegens de aard van het werk of wegens andere wettige redenen. Bijgevolg werd een opzeggingsvergoeding toegekend.

Arbh. Brussel 5 juli 2018, NjW 2018, afl. 390, 795.



Berichttitel

Berichtomschrijving
  15