Antwerpen 18 oktober 2017

Wettelijke erfdienstbaarheid van lichten en uitzichten - burenhinder - vordering tot herstel in natura - rechtsmisbruik

Door de aanleg van een terras van 5 meter breed en 6 meter lang dat vlak tegen de perceelgrens van de buur werd gebouwd ongeveer 1 meter hoger dan diens maaiveld - ook al werden daarvoor de nodige stedenbouwkundige vergunningen verkregen -, worden de bepalingen van artikel 678 BW geschonden, aangezien daardoor vanaf een groot gedeelte van dit terras een rechtstreeks uitzicht op minder dan 1,90 meter van de perceelgrens wordt verkregen op de binnenkoer en zijtuin van het naastgelegen perceel. De vordering tot gedeeltelijke afbraak van voormeld terras (over een breedte van 1,90 meter van de perceelgrens en met het aanbrengen van een balustrade op 1,90 meter van deze perceelgrens) maakt geen rechtsmisbruik uit, aangezien enkel daardoor op rechtmatige basis de beƫindiging van een initieel onwettige toestand en de daaruit voortvloeiende en bewezen geleden (en nog te lijden) hinder wordt nagestreefd. Bovendien is dergelijk terras uit de aard bestemd om zo vaak als mogelijk en gedurende geruime tijd als zit-, eet- en buitenleefruimte te worden benut en veroorzaakt daardoor vlak aan de perceelgrens niet alleen bepaalde rechtstreekse inkijk, maar ook zeer geregelde langdurige aanwezigheid van meerdere personen (en de daarmee gepaard gaande luidruchtigheid) waardoor de buren in hun normaal rustig genot van hun eigendom, dat zij gelet op de wettelijke leefomgeving ter plaatse mogen verwachten, bovenmatig gestoord werden en worden. Voormelde rechtsvordering tot herstel in natura is dan ook gegrond. Er wordt een bijkomende geldelijke schadevergoeding toegekend wegens geleden genotsstoornis.

Antwerpen 18 oktober 2017, NjW 2018, afl. 385, 539.



Berichttitel

Berichtomschrijving
  5