Gent 1 februari 2016

Schulddelegatie - contractoverdracht - schuldvernieuwing - art. 1273 BW - art. 1275 BW - animus novandi

Waar een schulddelegatie niet leidt tot de bevrijding van de oorspronkelijke schuldenaar en integendeel de delegant (oorspronkelijke schuldenaar) en gedelegeerde in solidum gehouden zijn ten aanzien van de schuldeiser-delegataris, leidt een schuldvernieuwing of novatie wel tot bevrijding van de oorspronkelijke schuldenaar.
Schuldvergelijking wordt niet vermoed (art. 1273 BW). De animus novandi moet duidelijk blijken uit de handeling.
Het bewijs van een animus novandi vereist geen uitdrukkelijke wilsuiting aangezien een schuldvernieuwing ook stilzwijgend tot stand kan komen op voorwaarde dat vaststaat dat partijen schuldvernieuwing beoogden. De rechter mag de bedoeling van de partijen niet uit vage veronderstellingen afleiden, maar de partij die de schuldvernieuwing inroept, moet het bestaan van een animus novandi kunnen bewijzen, minstens met ernstige, gewichtige vermoedens.
Artikel 1275 BW bepaalt dat een delegatie, waarbij een schuldenaar aan de schuldeiser een andere schuldenaar geeft die zich tegenover de schuldeiser verbindt, geen schuldvernieuwing teweegbrengt, indien de schuldeiser niet uitdrukkelijk heeft verklaard dat hij zijn schuldenaar die de delegatie gedaan heeft, van zijn verbintenis wil ontslaan.
De vrijstelling van de overdrager kan, net zoals elke afstand van een recht, alleen worden afgeleid uit omstandigheden die voor geen andere uitlegging vatbaar zijn.

Gent 1 februari 2016, NjW 2018, afl. 378, 219.



Berichttitel

Berichtomschrijving
  30