Antwerpen 5 januari 2017

Procedure gerechtelijke reorganisatie met het oog op een collectief akkoord - derdenverzet - artikel 29 WCO - artikel 1122 lid 2, 3° Ger.W - artikel 23 § 5 in fine WCO - ingetrokken reorganisatieplan

Artikel 29 WCO bepaalt dat tegen het vonnis dat beslist over de vordering tot het openen van een procedure van gerechtelijke reorganisatie geen verzet openstaat en beschrijft de vormvoorwaarden en termijnen van hoger beroep ertegen.
De WCO sluit uitdrukkelijk uit dat verzet wordt aangetekend tegen het vonnis dat over de vordering tot opening van de procedure beslist. Het derdenverzet daarentegen wordt niet uitdrukkelijk uitgesloten zodat een belanghebbende dit rechtsmiddel kan aanwenden tegen het vonnis van opening. Voor zover de WCO als lex specialis niet in een afwijkende regeling voorziet behouden de gemeenrechtelijke procedureregels betreffende aan te wenden rechtsmiddelen hun gelding overeenkomstig artikel 5 lid 2 WCO.
Overeenkomstig artikel 23 § 5 in fine WCO mag, wanneer het verzoek uitgaat van een schuldenaar die meer dan drie maar minder dan vijf jaar tevoren reeds het openen van een procedure van gerechtelijke reorganisatie heeft aangevraagd en verkregen, de nieuwe procedure niet terugkomen op de verworvenheden van de schuldeisers die zijn verkregen tijdens de vorige procedure.
De regel betreft een voorwaarde om toegelaten te worden tot de procedure, zodat bij vaststelling van een schending ervan de procedure niet kan worden geopend.
Dat het eerste gehomologeerd reorganisatieplan werd ingetrokken, neemt niet weg dat met het openen van een nieuwe procedure niet mag worden teruggekomen op de verworvenheden met betrekking tot de schuldvorderingen die hun beslag hebben gekend in het ingetrokken plan.

Antwerpen 5 januari 2017, NjW 2018, afl. 374, 25.



Berichttitel

Berichtomschrijving
  19