Wetsvoorstel verruimt mogelijkheden van ‘mystery shopping’ voor sociale inspectie

Sinds 1 april 2018 mogen sociale inspecteurs zich voordoen als potentiële klanten of werknemers om na te gaan of een onderneming zich schuldig maakt aan discriminatie. Het Sociaal Strafwetboek voorziet in het kader van die ‘mystery shopping’ in een uitzondering op de verplichting dat de inspecteurs hun legitimatiebewijs moeten tonen. In de praktijk blijkt de maatregel echter geen succes. Een wetsvoorstel dat recent in de Kamer werd neergelegd introduceert daarom regels die veel soepeler zijn.

Te strenge voorwaarden

Boosdoener blijken immers de strenge voorwaarden. De sociale inspecteurs mogen alleen van deze bijzondere bevoegdheid gebruik maken in het kader van het toezicht op de naleving van de antidiscriminatiewetten (en de uitvoeringsbesluiten ervan) op het gebied van het arbeidsrecht:
  •  na een klacht of een melding
  •  als er aanwijzingen zijn die men kan bestempelen als zijnde discriminatie door een werkgever, een particuliere onderneming, zijn aangestelde of de werknemers van de onderneming; EN
  •  wanneer de resultaten worden door datamining en datamatching.

Bovendien is vooraf uitdrukkelijk akkoord nodig van de arbeidsauditeur, is provocatie verboden en mogen de feiten niet via één van de andere bevoegdheden van de sociaal inspecteurs kunnen worden vastgesteld.

Soepeler
De indieners van het wetsvoorstel willen de regels daarom versoepelen door de cumulatieve voorwaarden te schrappen.
Volgens het herwerkte artikel 42/1 van het Sociaal Strafwetboek mogen sociale inspecteurs een onderneming in het kader van hun toezichtstaak benaderen door zich voor te doen als (potentiële) cliënten, zonder dat ze hun hoedanigheid en de omstandigheden van de vaststellingen moeten meedelen, als de feiten niet kunnen worden vastgesteld via één van hun andere bevoegdheden en er geen sprake is van provocatie. De sociale inspecteurs die in dit kader strafbare feiten plegen, blijven vrij van straf.
Bron:

Gepubliceerd op 28-02-2020

  134