Wetsontwerp mobiliteitsvergoeding

De regering heeft een nieuw wetsontwerp over de mobiliteitsvergoeding ingediend in de kamer. Na het eerdere negatieve advies van de Raad van State, heeft de regering de ontwerptekst herbekeken en verder gemotiveerd. 

Het wetsontwerp introduceert de mogelijkheid voor werknemers die lang genoeg over een bedrijfswagen beschikken, om deze in te leveren voor een mobiliteitsvergoeding die hetzelfde fiscaal en sociaal voordelig statuut kent als de bedrijfswagen. Ook werkgevers moeten lang genoeg bedrijfswagens ter beschikking hebben gesteld van één of meerdere werknemers om de mobiliteitsvergoeding te kunnen opnemen in hun loonpakket. Voor alle partijen geldt er een principiële vrijheid. Werkgevers zijn niet verplicht om het stelsel in te voeren en werknemers kunnen niet verplicht worden om hun bedrijfswagen in te leveren.

De mobiliteitsvergoeding is niet combineerbaar met verplaatsingsvergoedingen voor woon-werkverkeer en kan bovendien niet vooraf gegaan worden door een “salary sacrifice” of met andere woorden, een vermindering van het loon in ruil voor een bedrijfswagen.

De grootte van de mobiliteitsvergoeding wordt berekend op de catalogusprijs van de ingeleverde bedrijfswagen en wordt jaarlijks geïndexeerd. De mobiliteitsvergoeding zelf zal net zoals de bedrijfswagen onderworpen worden aan een solidariteitsbijdrage, is aftrekbaar voor de werkgever in dezelfde mate dat de kosten van de ingeleverde bedrijfswagen aftrekbaar waren en is bij de werknemer belastbaar ten belope van een bedrag dat vergelijkbaar is met het privé belastbaar voordeel auto.

Bron:

Wetsontwerp van 15 december 2017 betreffende de invoering van een mobiliteitsvergoeding

Gepubliceerd op 12-01-2018

  360