Wat staat er in het regeerakkoord? (werk en sociale zaken)

We hebben het regeerakkoord onder de loep genomen. Het akkoord is opgebouwd rond pijlers. ‘Een solidair land’ en ‘een welvarend land’ zijn twee van die pijlers. We bekijken de krachtlijnen op het vlak van werk en sociale zaken.

SOLIDAIR

Sociale zekerheid

- De grote verschillen tussen de stelsels van sociale zekerheid (werknemer, zelfstandige en ambtenaar) moeten worden aangepakt, met respect voor verworven rechten. De regering zal hiertoe tegen eind 2021 een voorstel formuleren.

- De aanpak van sociale dumping en sociale fraude blijft een prioriteit. Daarnaast zal de regering ook de strijd opvoeren tegen sociale fraude binnen de uitkeringsstelsels en tegen het zwartwerk.

- De overheid ondersteunt de oprichting van een sociale Europol die er mee belast wordt om de detachering van werknemers op Europees niveau te controleren.

Pensioenen

- We streven naar een werkgelegenheidsgraad van 80% in 2030. Daarbij is het optrekken van de activiteits- en werkgelegenheidsgraad van de oudere werknemers zeer belangrijk.

- Teneinde de effectieve loopbaanduur van de werknemers op te trekken, zullen er maatregelen worden genomen inzake eindeloopbaanregeling. Dat kan onder andere worden gerealiseerd via het deeltijdse pensioen, de zachte landingsbanen, de vorming en heroriëntatie doorheen de loopbaan, en door de overdracht van knowhow tussen generaties van werknemers te bevorderen.

- Het minimumpensioen zal geleidelijk worden opgetrokken (volledige en onvolledige loopbaan) richting 1.500 euro netto voor een volledige loopbaan (pro rata bij een onvolledige loopbaan). De vervangingsratio wordt voor de andere gepensioneerden niet uit het oog verloren om een verbetering van hun pensioen te kunnen krijgen.

- In het stelsel van de zelfstandigen zal de correctiecoëfficiënt afgeschaft worden opdat de zelfstandigen op dezelfde manier een pensioen zouden opbouwen als de werknemers.

- We voeren een pensioenbonus in voor werknemers, zelfstandigen en ambtenaren

zodat mensen die langer werken ook meer pensioenrechten opbouwen. Vanaf het moment waarop men voldoet aan de voorwaarden voor het vervroegd pensioen, begint men de pensioenbonus op te bouwen.

- Het pensioenplafond zal minstens een evenredige tred houden met de loonstijgingen bij de actieve bevolking.

- De drempelbedragen van toepassing op de solidariteitsbijdrage en de ZIV-bijdrage zullen worden aangepast om te vermijden dat deze bijdragen de verhoging van het minimumpensioen neutraliseren.

- Tegen 1 september 2021 komt er een concreet voorstel met hervormingen. Zo wordt het pensioensysteem gezien als een ‘sociaal contract’. Voor toekomstig gepensioneerden wordt naast een minimumloopbaanduur voor het minimumpensioen van 30 jaar voortaan ook een voorwaarde van effectieve tewerkstelling van een nog te bepalen omvang of een equivalente maatregel ingevoerd. Er komt sowieso ook meer convergentie tussen en binnen de verschillende stelsels.

- De tweede pensioenpijler wordt verder veralgemeend. Elke werknemer moet zo snel mogelijk gedekt worden door een aanvullend pensioenplan dat een bijdrage van minstens 3% van het brutoloon omvat. De kosten die worden aangerekend door financiële instellingen worden in kaart gebracht, geanalyseerd en indien nodig worden er maatregelen genomen.

- De procedure voor de controle op de naleving van de verblijfsvoorwaarde door de begunstigden van de inkomensgarantie voor ouderen worden geëvalueerd om de proportionaliteit ervan te waarborgen.

- Het principe van de pensioensplit zal worden bestudeerd.

- De regering zal de cumulregeling voor personen die een overlevingspensioen combineren met een beroepsinkomen evalueren in het licht van de inactiviteitsvallen en desgevallend voorstellen doen om deze inactiviteitsvallen aan te pakken, met bijzondere aandacht voor de kinderlast.

- Mypension.be wordt uitgebouwd tot de referentietoepassing die burgers informeert en sensibiliseert over persoonlijke pensioenrechten, ondersteunt en versterkt bij het nemen van beslissingen en de effectieve opname van rechten vereenvoudigt.

WELVAREND

Relance en transitie

- Tijdelijke ondersteunende maatregelen. Het wordt tijd om de steunmaatregelen af te bouwen en te vervangen door een sociaaleconomisch relanceplan. Ondernemingen die actief zijn in belastingparadijzen worden uitgesloten.

- Interfederaal relance- en transitieplan. Deze wederopbouwreserve laat toe om toekomstige winsten fiscaal voordelig in de vennootschap te houden, op voorwaarde dat het eigen vermogen en het tewerkstellingspeil worden behouden.

- We streven naar een publieke investeringsratio van 4% tegen 2030. Er moet dus een interfederaal investeringsplan worden opgesteld om dit te concretiseren.

Als alternatief voor een verdere verlenging van het corona- ouderschapsverlof wordt tijdelijke werkloosheid wegens overmacht aangewend, op basis van een specifiek quarantaine attest mogelijk gemaakt voor ouders van schoolgaande kinderen, kinderen in crèches en kinderen met een handicap in een voorziening, wanneer zij enkel thuis kunnen worden opgevangen omwille van COVID-19.

- Om de huidige inactiviteitsgraad, die momenteel 22,8 % bedraagt in de categorie van 25 tot 64 jaar, aan te pakken organiseert de federale regering jaarlijks een werkgelegenheidsconferentie. Er is sprake van ‘samenwerkingsfederalisme’ om tot de nodige maatregelen te komen die het arbeidsmarktbeleid van de deelstaten kunnen flankeren en ondersteunen. De regering hecht een groot belang aan het sociaal overleg en engageert zich ertoe om de sociale partners een redelijke termijn te geven om zelf tot een akkoord te komen.

- De arbeidsmobiliteit naar sectoren waar er tekorten zijn, wordt bevorderd. Dit vereist om- en bijscholing, evenals heroriëntatie.

- In samenspraak met de sociale partners bekijkt de regering hoe artikel 39ter van de Arbeidsovereenkomstenwet kan worden hervormd en uitvoerbaar kan worden gemaakt. Het is de bedoeling om ontslagen werknemers te stimuleren via inzetbaarheidsmaatregelen. Werkzoekenden moeten zo snel als mogelijk terug naar de arbeidsmarkt worden geleid.

- In overleg met de sociale partners en de deelstaten zal er een "individuele opleidingsrekening" ingevoerd worden, die gedurende de volledige loopbaan gebruikt kan worden. Binnen het kader van de wet werkbaar en wendbaar werk, is het de bedoeling er op interprofessioneel niveau voor te zorgen dat elke VTE gemiddeld recht heeft op vijf opleidingsdagen (of het aantal uren dat daarmee overeenstemt) per jaar. De ambitie is om voor het einde van de legislatuur voor elke werknemer tot een individueel recht op opleiding te komen. Bedrijven met minder dan 10 werknemers en bedrijven met minder dan 20 werknemers blijven mutatis mutandis onder de systemen van uitzonderingen of afwijkingen vallen.

- De regering zal fiscale voordelen uitwerken voor bedrijven die hun werknemers meer opleidingsuren toekennen dan wat reglementair is bepaald.

- De tewerkstellingsgraad en de activiteitsgraad kan maar substantieel stijgen als we ook vooruitgang boeken bij de kwetsbare groepen (leefloon, langdurig zieken en mensen met een handicap).

- Ook drempels voor werkgelegenheid en om (meer) te werken, worden weggenomen. Zowel binnen de werkloosheidsverzekering als binnen het leefloon, wordt de cumulregeling geoptimaliseerd opdat meer werken meer lonend wordt.

- De regeling "springplank naar zelfstandige" wordt geëvalueerd en verbeterd.

- Ook voor mensen met een handicap worden de financiële drempels om (deeltijds) te kunnen werken weggewerkt. De regering zal voor deze doelgroep een systeem van vrijwillige werkhervatting uitwerken dat geïnspireerd is op dat van de arbeidsongeschiktheidsverzekering. We ondersteunen ook ondernemerschap bij personen met een handicap.

- De re-integratie van langdurig zieken op het werk en de arbeidsmarkt wordt verder versterkt, in overleg met de sociale partners. Daarom zullen onder andere de aanbevelingen in het unaniem advies (nummer 2.099) van de NAR van september 2018 worden uitgevoerd. Het gaat om een multidisciplinaire aanpak, bijvoorbeeld met de hulp van ‘disability managers’. We starten een reflectie om dezelfde filosofie met begeleiding op maat toe te passen op andere doelgroepen zoals ambtenaren en zelfstandigen.

- De strijd voor diversiteit en tegen alle vormen van discriminatie krijgt bijzondere aandacht. De regering voegt de academische monitoring van diversiteit en discriminatie op sectorniveau in. Daarnaast wordt de toepassing van de bestaande discriminatietoetsen verbeterd. De sociale inspectie moet discriminatietoetsen kunnen uitvoeren op basis van ofwel een onderbouwde klacht, ofwel datamining ofwel een objectieve aanwijzing. Het schriftelijk en voorafgaand akkoord van de arbeidsauditeur of procureur des konings blijft behouden. Er mag tegelijk nooit sprake zijn van uitlokking.

- Er wordt bijzondere aandacht besteed aan de activiteits- en werkgelegenheidsgraad van de oudere werknemers. De Centrale Raad voor het Bedrijfsleven zal op korte termijn een studie afleveren over het verband tussen loon en anciënniteit. De regering vraagt aan de (sectorale) sociale partners om op deze basis een debat over het verloningspakket op te starten.

- We besteden ook specifieke aandacht aan (alleenstaande) ouders. De regering start een overleg op met de sociale partners over de vereenvoudiging, harmonisering en optimalisering van de verschillende verlofstelsels, met specifieke aandacht voor de motieven zorg en combinatie van werk en gezin.

- De verschillende contractvormen op onze arbeidsmarkt worden geëvalueerd.

- Om tegemoet te komen aan de behoeften van de arbeidsmarkt zal de nieuwe regelgeving betreffende de ‘unieke’ verblijfsvergunning in overleg met de Gewesten en de sociale partners worden aangepast. Een elektronisch platform wordt ontwikkeld zodat aanvragen kunnen worden opgevolgd en ‘shopping’wordt tegengegaan.

Arbeidsorganisatie

- De regering zal werknemers en werkgevers alle kansen bieden om het nieuwe werken en alle opportuniteiten die er aan verbonden zijn, volop te omarmen. In het werken van de toekomst is niet alleen het financiële belangrijk, maar spelen ook talloze andere aspecten een rol (levenslang leren, evenwicht tussen werk en privé, thuiswerk …).

- De strijd tegen stress en burn-out blijft belangrijk en wordt verder gevoerd, in samenwerking met de sociale partners. De ervaring die werd opgebouwd bij de recente (piloot)projecten door de NAR wordt daarbij meegenomen.

- De coronacrisis heeft tijdelijk tot een massaal gebruik van thuiswerk geleid, waardoor de arbeidstijd in veel gevallen ook volledig anders werd georganiseerd. Bij werkgevers en werknemers leeft een sterke vraag om deze manier van werken verder te kunnen zetten. In dat opzicht zal de regering in samenwerking met de sociale partners een interprofessioneel kader uitwerken dat toelaat meer flexibiliteit af te spreken terwijl de bescherming van de werknemers wordt gewaarborgd.

- De regering stelt, in overleg met de sociale partners, de voorwaarden vast waarbinnen afwijkingen op de standaard arbeidsduur en arbeidstijd kunnen worden ingevoerd voor ondernemingen met een syndicale delegatie of sociale verkiezingen organiseren en dit met respect voor de wetgeving betreffende arbeidstijd.

- De regering onderzoekt welke redenen aan de basis liggen voor de beperkte aanwezigheid in ons land van onder andere verdeelcentra in het kader van e-commerce. Daarbij gaat zij, in overleg met de sociale partners, na of en in welke mate een wijziging van de reglementering rond avond- en nachtarbeid aan een oplossing kan bijdragen.

- Het welzijn op het werk en de combinatie van privé- en beroepsleven moeten verder worden verbeterd, in overleg met de sociale partners. Het beperken van verplaatsingen en het verkorten van de woon-werk trajecten maken daar ook deel van uit.

- Het systeem van de huidige RSZ bijdragevermindering voor de collectieve arbeidsduurvermindering– dat weinig gebruikt wordt - wordt geëvalueerd en desgevallend aangepast.

- De regering roept de sociale partners op om op het niveau van de sectoren of ondernemingen het loopbaansparen voor iedere werknemer toegankelijk te maken. In het kader van dat overleg kunnen zij aan de regering voorstellen om andere elementen dan deze opgenomen in de wet werkbaar en wendbaar werk, toe te voegen.

- De regering zal het systeem van de werkgeversgroepering in overleg met de sociale partners evalueren en – indien nodig – verbeteren.

- De regering zal het concept van een "entreprise libérée" samen met de sociale partners onderzoeken.

- De regering spoort werkgevers en werknemers aan om langere perioden van tijdelijke werkloosheid aan te wenden om opleiding te volgen. De regering onderzoekt samen met de sociale partners hoe werknemers die op structurele tijdelijke werkloosheid komen, tijdelijk tewerkgesteld kunnen worden bij een andere werkgever, met de mogelijkheid om terug te keren zodra de activiteit zich herstelt.

Het kader dat daarvoor wordt uitgewerkt, moet misbruiken die samenhangen met terbeschikkingstelling voorkomen.

- De regering wil wel vermijden dat uitzendkrachten gedurende lange periodes afhankelijk zijn van opeenvolgende dagcontracten (bij eenzelfde gebruiker).

- De regering vraagt aan FEDRIS om bij de bepaling van de lijsten van beroepsziekten rekening te houden met genderaspecten.

- We voeren in overleg met de betrokken sectoren een nieuwe regeling inzake verenigingswerk in, die in werking zal treden op 1 januari 2021. We houden hierbij rekening met de opmerkingen gemaakt door het Grondwettelijk Hof in haar arrest van 23 april 2020.

Ondernemerschap

- Onze ondernemers en ondernemingen vormen samen met hun werknemers de ruggengraat van onze economie. Zij moeten dan ook worden ondersteund via de zes volgende pijlers.

Pijler 1: Competitiviteit, fiscaliteit en strijd tegen sociale dumping (vrijstelling van werkgeversbijdragen voor de aanwerving van de eerste werknemer, strijd tegen namaak, overheidsopdrachten, innovatie …).

Pijler 2: Verbetering van het sociaal statuut en ondersteuning van het ondernemerschap (correctiecoëfficiënt, pensioenberekening, platformeconomie, schijnzelfstandigheid …). 

Pijler 3: Bescherming tegen betalingsachterstand.

Pijler 4: Administratieve vereenvoudiging (één enkel federaal loket, regelgevingsimpactanalyse, e-Box, Kafka-plan, unieke elektronische initiatieformulieren, automatische lastenverlagingen voor tewerkstelling, elektronische werfmap …).  

Pijler 5: Internationalisering van KMO’s (efficiënte en performante douane, accijnzen, exportsdocumenten …).   

Pijler 6: Sectorale maatregelen (sociaal statuut voor de artiesten …).    

Koopkracht

- Het minimumpensioen zal geleidelijk worden opgetrokken richting 1.500 euro netto voor een volledige loopbaan (zie hoger).

- De laagste uitkeringen zullen geleidelijk worden opgetrokken richting de armoedegrens.

- Het minimumbedrag voor de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen wordt vervroegd van de zevende maand naar de tweede maand arbeidsongeschiktheid.

- Er worden specifieke modaliteiten voorzien om inactiviteitsvallen te vermijden.

- Voor mensen met een handicap zal de prijs van de liefde en prijs van de arbeid verder worden teruggedrongen om volwaardig te kunnen participeren aan de maatschappij.

- (Extra) werken moet altijd financieel aantrekkelijk zijn voor de betrokkene en zijn gezin.

- Om de koopkracht van de werkenden te verhogen kunnen fiscale en parafiscale maatregelen worden genomen om het nettoloon te verhogen. Daarbij worden niet alleen maatregelen genomen ten aanzien van de laagste lonen, maar ook ten aanzien van de lagere middenlonen. In deze looncategorie is de inactiviteitsval immers het grootste. Belangrijk is ook om de promotieval niet verder te laten oplopen.

Gepubliceerd op 06-10-2020

  547