Uitsluiting uitzendsector van Vlaamse aanwervingsincentive voor langdurig werkzoekenden niet ongrondwettig

De Raad van State heeft in een arrest van 18 december 2019 beslist dat Vlaanderen de uitzendsector wel degelijk mag uitsluiten van de aanwervingsincentive voor langdurig werkzoekenden. Althans voor de arbeidsovereenkomsten voor uitzendarbeid. Het verwerpt het beroep tot vernietiging dat door Federgon en een ganse reeks uitzendbureaus was ingesteld.

De aanwervingsincentive is bedoeld om de aanwerving en duurzame tewerkstelling van langdurig werkzoekenden voor de werkgevers financieel aantrekkelijk te maken. Tijdelijke arbeid – kenmerkend voor uitzendarbeid – past, aldus de Raad van State, niet in dit plaatje. Ook niet als de gebruiker de ter beschikking gestelde uitzendkracht achteraf in dienst neemt met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde duur. De indienstneming door de gebruiker doet immers geen afbreuk aan het tijdelijke karakter van de uitzendactiviteit op grond van de arbeidsovereenkomst voor uitzendarbeid. Vlaanderen heeft met andere woorden de Grondwet niet geschonden door de uitzendsector uit te sluiten van de aanwervingsincentive voor uitzendkrachten met een arbeidsovereenkomst voor uitzendarbeid.

De Raad van State wijst er wel op dat de situatie anders is ingeval het uitzendbureau met de uitzendkracht zelf een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd zou afsluiten. Dat is mogelijk met het oog op het uitvoeren van opeenvolgende uitzendopdrachten bij een of meer gebruikers. In dat geval is er geen sprake van een arbeidsovereenkomst voor uitzendarbeid. Voor deze uitzendkrachten moet het uitzendkantoor wel van de aanwervingsincentive kunnen genieten.
 

RvS 18 december 2019, nr. 246.437

Gepubliceerd op 14-01-2020

  271