Sociale partners bekijken mobiliteitsbudget en (aangepaste) mobiliteitsvergoeding

De Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB) en de Nationale Arbeidsraad (NAR) hebben in 2017 al het mobiliteitsbudget naar voor geschoven als alternatief voor de bedrijfswagen. Nu ligt het mobiliteitsbudget en de (aangepaste) mobiliteitsvergoeding opnieuw op tafel. Vanuit het oogpunt van duurzame mobiliteit is dat ook de meest zinvolle aanpak volgens de sociale partners. In een unaniem advies hebbende ze de ontwerpteksten besproken.

Concreet vragen de raden:

  • om de budgetneutraliteit van de systemen te garanderen (fiscaal en sociale zekerheid);
  • om het cumuleren te verbieden van een mobiliteitsbudget en/of een mobiliteitsvergoeding en/of een bedrijfswagen die geen deel uitmaakt van een mobiliteitsbudget;
  • om forfaits te stipuleren voor de waardebepaling van de mobiliteitsvergoeding, de CO2- solidariteitsbijdrage, en het voordeel van alle aard van de ‘fictieve’ bedrijfswagen;
  • om het uitvoerings-KB over het mobiliteitsbudget op te stellen in overleg met de betrokken actoren (met raadpleging van de raden);
  • om de opvolging en evaluatie van de systemen in het wetgevende kader op te nemen en voor de RSZ en de fiscale administratie mogelijk te maken;
  • om te zorgen voor coherentie van de in de teksten vermelde definities;
  • om het mobiliteitsbudget en de aangepaste regeling voor de mobiliteitsvergoeding allebei op 1 januari 2019 in werking te laten treden.
De mobiliteitsvergoeding (zoals ze op dit moment bestaat) geeft werknemers de kans om hun bedrijfswagen, die ze ook voor privéverplaatsingen mogen gebruiken, in te ruilen (‘cash for car’, budgetneutraal) voor een geldbedrag dat fiscaal en sociaal op dezelfde manier wordt behandeld. De werkgever is volledig vrij om zo’n regeling in te voeren en toe te kennen, en de werknemer is niet verplicht om erop in te gaan.

 

Gepubliceerd op 13-10-2018

  220