Overbruggingsrecht zelfstandigen: tijdelijke crisismaatregel verlengd en nieuwe maatregel ter ondersteuning van heropstart

Het koninklijk besluit nr. 41 van 26 juni 2020 voert twee nieuwe maatregelen in met betrekking tot het overbruggingsrecht voor zelfstandigen in het kader van Covid-19.
Ze gelden vanaf 1 juni 2020.
Het gaat om:
  • een bijkomende verlenging van de tijdelijke crisismaatregel overbruggingsrecht voor de maanden juli en augustus 2020, met enkele bijkomende voorwaarden. Deze crisismaatregel werd ingevoerd door de ‘wet van 23 maart 2020 tot wijziging van de wet van 22 december 2016 houdende invoering van een overbruggingsrecht ten gunste van zelfstandigen en tot invoering van tijdelijke maatregelen in het kader van Covid−19 ten gunste van zelfstandigen’;
  • de invoering van een tijdelijke maatregel overbruggingsrecht ter ondersteuning van de heropstart van bepaalde sectoren voor de maanden juni, juli en augustus 2020.

Tijdelijke crisismaatregel tweede keer verlengd

De tijdelijke crisismaatregel overbruggingsrecht, die de wet van 23 maart 2020 heeft ingevoerd, wordt een tweede keer verlengd, nu voor de maanden juli en augustus 2020, maar met enkele bijkomende voorwaarden.
Deze crisismaatregel gold oorspronkelijk voor de maanden maart en april, en werd voor een eerste keer verlengd tot en met juni 2020.
Deze maatregel blijft voor de maanden juli en augustus 2020 gericht op de toekenning van een maandelijks vervangingsinkomen van 1.291,69 euro (1.614,10 euro met gezinslast) aan:
  • zelfstandigen die hun activiteit geheel of gedeeltelijk moeten onderbreken door sluitingen en beperkingen opgelegd door het ‘MB van 23 maart 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus Covid−19 te beperken’ en de daaropvolgende besluiten (hierna genoemd de ‘Covid−19-besluiten’). Het gaat dus over de sectoren die nog gesloten blijven na de derde fase van de heropstart of de sectoren waarvan de activiteit hoofdzakelijk afhangt van deze sectoren;
  • elke andere zelfstandige die zijn zelfstandige activiteit nog altijd gedurende minstens 7 opeenvolgende kalenderdagen volledig moet onderbreken in de loop van de maand, en die duidelijk kan verantwoorden dat deze onderbreking het gevolg is van de Covid−19-crisis. Hier gaat het om zelfstandigen die actief zijn in sectoren die niet strikt verplicht zijn om te sluiten op basis van de ‘Covid-19-besluiten’ (essentiële bedrijven). De zelfstandige moet het effectieve verband tussen de onderbreking en de Covid−19-crisis bewijzen met objectieve elementen die aantonen dat de pandemie en het verlammende effect ervan op een deel van de economie, het nog steeds onmogelijk maken om zijn activiteit volledig op te starten.
Zelfstandigen die niet (meer) door de sluitingsmaatregelen getroffen worden, moeten hun zelfstandige activiteit minstens 7 opeenvolgende kalenderdagen onderbreken in de kalendermaand waarvoor de financiële uitkering gevraagd wordt. De onderbreking moet volledig zijn. Dit blijft hetzelfde.
Een eerste nieuwigheid is dat de zelfstandige bij zijn aanvraag objectieve elementen moet voegen die aantonen dat het gaat om een gedwongen onderbreking die direct gelinkt is aan de Covid−19-crisis. De elementen die in het aanvraagdossier zitten, moeten de link kunnen aantonen met een sector in grote moeilijkheden in de periode van opstart, een zwak omzetcijfer, een achteruitgang van de rendabiliteit, of bv. ook een in quarantaine-plaatsing.
Zelfstandigen die nog altijd getroffen worden door de sluitingsmaatregelen die de overheid trof, blijven automatisch recht hebben op de financiële uitkering in het kader van de tijdelijke crisismaatregel overbruggingsrecht voor de maanden juli en/of augustus 2020. Er is geen minimumduur van onderbreking vereist voor deze zelfstandigen.
De tweede nieuwigheid is dat deze categorie voortaan uiteenvalt in twee groepen:
  • de zelfstandigen wiens activiteiten rechtstreeks behoren tot de activiteiten zoals bedoeld in de ‘Covid−19 besluiten’, en
  • de zelfstandigen wiens activiteiten afhankelijk zijn van de activiteiten bedoeld in het voorgaande punt.
Voor deze tweede groep, wordt dus uitdrukkelijk voorzien dat ze automatisch zullen kunnen genieten van de financiële uitkering als ze de afhankelijkheidsband kunnen aantonen met sectoren of activiteiten die nog niet hebben kunnen heropstarten.

Tijdelijke maatregel ter ondersteuning van de heropstart

Deze nieuwe steunmaatregel is gericht op zelfstandigen die aan de volgende vier cumulatieve voorwaarden voldoen :
  • actief zijn in een van de sectoren waarvoor de sluitingsmaatregelen gelden die opgelegd zijn door de Covid−19 besluiten gedurende minstens één volledige kalendermaand (reeds vanaf einde maart tot begin mei),
  • slechts vanaf 4 mei 2020, of vanaf elke daaropvolgende maand, hun activiteit opnieuw hebben kunnen heropstarten zonder andere beperkingen dan de regels inzake social distancing. Het gaat hierbij onder meer om de volgende sectoren: de horeca, de non-food detailhandel (uitgezonderd doe-het-zelfzaken en tuincentra die al in april zijn heropend en de dagbladhandels die ook al open waren in april), de markten, en de kappers en schoonheidsspecialisten;
  • voor het kwartaal voorafgaand aan de maand waarvoor de aanvraag gedaan wordt, een daling van ten minste 10% van de omzet of van de bestellingen ondervinden t.o.v. hetzelfde kwartaal van het voorgaande jaar (voor de maand juni gaat het om het kwartaal van de maand waarop de aanvraag betrekking heeft). Deze voorwaarde zal soepel toegepast worden voor zelfstandigen die minder dan een jaar actief zijn. Zij beschikken nog niet over dit referentiekwartaal en zullen de vermindering moeten kunnen aantonen aan de hand van het eerste volledige kwartaal van de activiteit (bv. wanneer de zelfstandige zijn zelfstandige activiteit pas opgestart heeft in september 2019) of de eerste volledige kalendermaanden van de activiteit (bv. als de zelfstandige zijn activiteit pas op 20 februari opgestart heeft en er geen volledig kwartaal de aanvraag voorafgaat);
  • voor de desbetreffende maand geen uitkering crisisoverbruggingsrecht genieten op basis een andere bepaling in de wet van 23 maart 2020.
Het is dan ook de bedoeling om deze doelsectoren te ondersteunen bij het herstarten van hun activiteiten, zonder te eisen dat ze hun activiteit opnieuw 7 opeenvolgende kalenderdagen moeten onderbreken.
De sectoren waarop de bovenstaande voorwaarden betrekking hebben, zijn immers zwaar getroffen door de maatregelen uit de Covid−19 besluiten en hebben de extra ondersteuning door dit vervangingsinkomen nodig bij de herstart van hun activiteiten.

Verlenging maatregelen

De tijdelijke maatregel ter ondersteuning van de heropstart (nieuw art. 4ter, wet van 23 maart 2020) en de verlenging van de tijdelijke crisismaatregel overbruggingsrecht (nieuw art. 4bis, wet van 23 maart 2020) kunnen uiterlijk tot 31 december 2020 verlengd worden.

In werking

Het KB nr. 41 van 26 juni 2020 heeft uitwerking met ingang van 1 juni 2020.
Bron:Koninklijk besluit nr. 41 van 26 juni 2020 tot wijziging van de wet van 23 maart 2020 tot wijziging van de wet van 22 december 2016 houdende invoering van een overbruggingsrecht ten gunste van zelfstandigen en tot invoering van tijdelijke maatregelen in het kader van COVID-19 ten gunste van zelfstandigen, BS 30 juni 2020.

Wet van 23 maart 2020 tot wijziging van de wet van 22 december 2016 houdende invoering van een overbruggingsrecht ten gunste van zelfstandigen en tot invoering van tijdelijke maatregelen in het kader van COVID-19 ten gunste van zelfstandigen, BS 24 maart 2020 (nieuw art. 4bis, nieuw art. 4ter, art. 5 en art. 6).

Wet van 22 december 2016 houdende invoering van een overbruggingsrecht ten gunste van zelfstandigen, BS 6 januari 2017.

Gepubliceerd op 05-07-2020

  279