Nieuwe regels voor adoptie- en pleegouderverlof nu toch klaar voor gebruik (art. 84 – 99 DB Sociaal)

Het adoptieverlof wordt stapsgewijs versterkt vanaf 1 januari 2019. Tegelijk wordt het pleegouderverlof bij langdurige pleegzorg uitgebouwd naar analogie van het adoptieverlof. Daartoe werd de Arbeidsovereenkomstenwet aangepast. Maar de nieuwe regeling moet nu al worden bijgestuurd en verduidelijkt, met ingang van 31 december 2018.
De oorspronkelijke wijzigingswet kent een adoptieverlof toe gedurende een aaneengesloten periode van maximum zes weken, ongeacht de leeftijd van het minderjarig geadopteerd kind (maximumduur verdubbeld bij gehandicapt kind). Dit verlof wordt opgetrokken met één week om de twee jaar (tot 1 januari 2027) en de maximumduur wordt met twee weken per adoptieouder verlengd bij de gelijktijdige adoptie van meerdere minderjarige kinderen. Bij een interlandelijke adoptie bestrijkt de uitkering voortaan ook de voorbereidingsperiode (maximum vier weken).
Daarnaast verleent de wetgever ook een recht op zes weken pleegouderverlof wanneer de werknemer langdurige pleegzorg verleent (ook verlengd in de periode 2019-2027).
Maar die wet van 6 september 2018 wordt bijgestuurd om de uitvoering en de concretisering bij KB mogelijk te maken. Zo kan een KB het bewijsmiddel vaststellen waarmee de personen die samen adopteren kunnen aantonen op welke manier de bijkomende weken onder hen worden verdeeld.
In bepaalde gevallen zijn ook afwijkingen bij KB mogelijk. Zo kan een KB bijvoorbeeld een vroegere datum van inwerkingtreding bepalen voor het recht op de bijkomende weken verlof.
Verder wil de wetgever de leesbaarheid verbeteren en het parallellisme tussen het stelsel voor de werknemer en de zelfstandige waarborgen. Er komen ook overgangsbepalingen en de begrippen worden uniform omschreven.

Concreet

1/ Voor de bijkomende weken adoptieverlof moet er sprake zijn van een aanvraag die de werknemer ten vroegste vanaf de betreffende datum (verlengingsperiode) indient bij de werkgever, en het aangevraagde verlof kan ten vroegste starten vanaf die datum. Dat geldt ook voor het nieuwe type van verlof bij langdurige pleegzorg.
2/ De oorspronkelijke wet heeft enkel betrekking op de vergoeding bij de interlandelijke adoptie. Voortaan kan de adoptieouder zijn verlof (recht op verlof) aanvatten vanaf de dag na de goedkeuring van de beslissing tot kindtoewijzing (zekere datum, officieel document). Het zal voor adoptieouders ook mogelijk zijn (regeling bij KB) om hun verlof te onderbreken.
3/ Het recht op pleegouderverlof (langdurige pleegzorg) zal het voorwerp uitmaken van een nieuw artikel 30sexies in de Arbeidsovereenkomstenwet. Het klassieke pleegzorgverlof blijft ongewijzigd. De wetgeving via verwijzing zorgde immers voor rechtsonzekerheid. Ook hier kan een KB zorgen voor verdere verduidelijking.
Het recht op pleegouderverlof wordt ook voor de zelfstandigen en de meewerkende echtgenoot geopend.
4/ Het Sociaal Strafwetboek wordt afgestemd op de nieuwe regels. Bijvoorbeeld door het niet-toekennen van het pleegouderverlof aan de werknemer die er recht op heeft, te bestraffen.
5/ De structuur binnen het KB van 20 december 2006 (adoptie-uitkering voor zelfstandigen) wordt herzien om de versterking van het adoptieverlof voor de zelfstandigen en meewerkende echtgenoten ten volle tot uiting te laten komen. Het gaat achtereenvolgens over de duur van het versterkte adoptieverlof (basistijdvak, progressieve verlenging, verdubbeling bij handicap, verlenging bij meerdere kinderen), de aanvang van het adoptieverlof (en de afwijking voor interlandelijke adoptie) en het niet mogen uitoefenen van een beroepsactiviteit tijdens het adoptieverlof.
6/ De nieuwe regimes zijn van toepassing zijn wanneer er sprake is van een aanvraag die de werknemer ten vroegste vanaf 1 januari 2019 indient bij de werkgever. Bovendien mag het aangevraagde verlof ten vroegste een aanvang nemen vanaf die datum.
Het uitgebreidere adoptieverlof voor de zelfstandigen en meewerkende echtgenoten zal slechts van toepassing zijn op de adoptieverloven die ten vroegste een aanvang nemen vanaf 1 januari 2019.
Bron:

Wet van 21 december 2018 houdende diverse bepalingen inzake sociale zaken, BS 17 januari 2019 (art. 84 – 99 DB Sociaal)

Gepubliceerd op 24-01-2019

  193