Mobiliteitsbudget: eerste maatregel van arbeidsdeal goedgekeurd door ministerraad

De ministerraad keurde vorige week een wetsontwerp goed voor de invoering van een mobiliteitsbudget. Het mobiliteitsbudget is de eerste maatregel uit de arbeidsdeal die op de ministerraad werd gebracht.

Mobiliteitsbudget

Werknemers die hun bedrijfswagen inruilen, krijgen in ruil een mobiliteitsbudget tot hun beschikking. Het mobiliteitsbudget is ook toegankelijk voor werknemers die geen bedrijfswagen hebben, maar er wel voor in aanmerking komen. Dat zorgt er bijvoorbeeld voor dat nieuwe werknemers, denk bijvoorbeeld aan startende jongeren, onmiddellijk kunnen kiezen voor het mobiliteitsbudget. Het mobiliteitsbudget komt er op uitdrukkelijke vraag van de sociale partners.

Hoeveel dat mobiliteitsbudget is, wordt bepaald op basis van de reële kost van hun vroegere bedrijfswagen. Dat betekent dat iemand die verder van zijn werk woont, een hoger budget zal krijgen dan iemand die dichter woont (omwille van hoger brandstofverbruik, meer onderhoud, etc.). Wie verder woont, heeft nu eenmaal hogere kosten op vlak van vervoer.

Een werknemer kan zijn mobiliteitsbudget besteden in drie pijlers.

Pijler 1: een milieuvriendelijkere wagen
Pijler 2: duurzame vervoermiddelen en-diensten
  • Zachte mobiliteit: aankoop, onderhoud en verplichte uitrusting van alle soorten (elektrische) fietsen, bromfietsen, steps, monowheels etc die niet sneller kunnen dan 45 km, alsook elektrische motorfietsen
  • Openbaar vervoer: zowel abonnementen als afzonderlijke tickets. Abonnementen moeten betrekking hebben op het woon-werkverkeer. Ook waterbussen komen in aanmerking. Individuele tickets kunnen ook voor anderen worden aangekocht, zoals voor gezinsleden. Op die manier biedt het mobiliteitsbudget ook een alternatief voor het gebruik van bedrijfswagens voor bijvoorbeeld gezinsuitstappen naar de zee, naar de Ardennen of zelfs naar het buitenland.
  • Georganiseerde gemeenschappelijke vervoer zoals kantoorbussen.
Pijler 3: restsaldo in loon

De eerste pijler wordt fiscaal op dezelfde manier behandeld als een bedrijfswagen vandaag. De tweede pijler is volledig vrijgesteld van sociale en fiscale lasten, en dat zowel voor de werknemer als de werkgever.

Het mobiliteitsbudget wordt berekend op jaarbasis. Als het budget op het einde van het jaar niet volledig is opgebruikt, ontvangt de werknemer het restsaldo in loon. Dat saldo is vrijgesteld van personenbelasting, maar er moeten wel sociale zekerheidsbijdragen (de normale 25% werkgeversbijdrage + 13,07% werknemersbijdrage) op betaald worden. Daardoor zal het saldo – in tegenstelling tot bij het systeem van cash for car – bijdragen aan de opbouw van pensioenrechten en andere sociale rechten.

Dichtbij het werk wonen

Ook wie dichtbij het werk woont en zich vooral te voet verplaatst, haalt voordeel uit het mobiliteitsbudget. Dichtbij wonen is namelijk ook een duurzame mobiliteitsoplossing.

Wie binnen een straal van 5 kilometer van het werk woont, kan het mobiliteitsbudget gebruiken voor het betalen van de huur van een woning of appartement. Wordt de woning of het appartement in kwestie niet gehuurd maar aangekocht, dan kan het mobiliteitsbudget gebruikt worden voor de interesten op de hypothecaire lening. De kapitaalsaflossingen komen niet in aanmerking.

Invoering

Het mobiliteitsbudget wordt ingevoerd vanaf 1 oktober 2018. Het initiatief voor het invoeren van het mobiliteitsbudget ligt bij de werkgever.
Het mobiliteitsbudget zal bestaan naast de cash-for-carsregeling (ook 'mobiliteitsvergoeding' genoemd).

Bron:

Gepubliceerd op 01-08-2018

  370