Kris Peeters maakt werk van burn-out-coaches en recht op de-connectie


Burn-outs zijn een groeiend menselijk en maatschappelijk probleem. Meer dan 120.000 mensen zitten langer dan een jaar ziek thuis, waarvan een aanzienlijk deel met een burn-out. Viceeersteminister en minister van werk Kris Peeters plant extra maatregelen.

Kris Peeters: “Het aanpakken van burn-outs is een van de grote uitdagingen van deze tijd. We hebben het allemaal druk, zowel thuis als op het werk. Het evenwicht tussen werk en privé vinden en behouden is moeilijk. Mensen weten niet wat eerst te doen, ze verliezen de controle, en daarmee ook hun bevlogenheid. En voor ze het weten, zitten ze ziek thuis. Het vermijden en oplossen van burn-outs vergt een allesomvattende aanpak. Ik wil de bestaande maatregelen uitbreiden met stress- en burn-out-coaches en wil de sociale partners vragen om afspraken te maken over een recht op de-connectie.”

Tussen 2005 en 2015 is het aantal mensen die meer dan een jaar ziek thuis zitten met 80% gestegen. In 2005 ging het nog om 68.272 mensen, in 2015 waren het er 122.825. 35% van hen heeft een psychosociale of mentale problematiek en nog eens 30% een musculoskeletale aandoening, zoals (lage) rug- of nekpijn. Vaak blijken deze problemen trouwens niet volledig van elkaar gescheiden: stress of emotionele belasting kan immers resulteren in problemen zoals burn-out of depressie, maar kan ook leiden tot stressgerelateerde nek- en rugpijnen.

Die problematiek veroorzaakt niet alleen veel menselijk leed, maar ook een gigantische maatschappelijke kost. De totale kost van de arbeidsongeschiktheid wordt voor 2017 geschat op 7,96 miljard euro. Daarmee overstijgt die kost voor het eerst in de geschiedenis de kost van de werkloosheidsuitkeringen.

De afgelopen jaren werden al verschillende maatregelen genomen om het aantal burn-outs terug te dringen. Minister Kris Peeters plant daarnaast nog nieuwe maatregelen.

Kris Peeters: “De maatregelen moeten samen zorgen voor een allesomvattende aanpak. Het is alleen door te werken op verschillende niveaus dat we burn-outs kunnen bestrijden. In de eerste plaats moet ingezet worden op preventie binnen de werkomgeving. Wie toch een burn-out krijgt, moet begeleid worden. Wanneer de persoon in kwestie er klaar voor is kan hij dan doorstromen naar een aangepast re-herintegratietraject op het werk.”

Bestaande maatregelen


Burn-outs, maar ook andere psychosociale problemen hebben soms hun oorzaak in de werkomgeving. Het kan gaan om problemen in de arbeidsorganisatie, een gebrek aan autonomie, het gevoel geen zinvol werk te doen, conflicten met leidinggevenden of collega’s, etc. Om die problemen aan te pakken moeten ze uiteraard eerst gekend zijn. De Welzijnswet, die werkgevers verplicht om een preventiebeleid te ontwikkelen om de veiligheid en de gezondheid van de werknemers te beschermen, legt op dat werkgevers een risicoanalyse moeten doen waarin ook de nodige aandacht wordt besteed aan de psychosociale aspecten van het werk. Daarbij horen onder
andere de arbeidsorganisatie, de arbeidsomstandigheden en de interpersoonlijke relaties op het werk met leidinggevenden, collega’s, klanten, enzovoort. Eens men de problemen kent, moeten de juiste preventiemaatregelen worden genomen, in overleg met het personeel.

Naast preventiemaatregelen moeten werkgevers ook een beleid opzetten om werknemers die toch ziek zijn de best mogelijke kansen te geven om opnieuw aan het werk te gaan.

Wanneer iemand na een burn-out weer kan gaan werken, gaat dat vaak niet meteen voor de volle honderd procent. In vele gevallen is het wel mogelijk om de draad geleidelijk weer op te nemen. Net daarom hebben we in december vorig jaar het re-integratietraject geïntroduceerd om mensen na een langere ziekte weer naar werk op maat te helpen. Zo’n traject kan bijvoorbeeld inhouden dat men het werk progressief hervat. Het traject gaat uit van een multidisciplinaire aanpak. Afhankelijk van de problematiek worden de arbeidsgeneesheer en de behandelende arts, maar ook bijvoorbeeld de preventieadviseur psychosociale aspecten of een ergonoom, ingeschakeld. In de eerste drie maanden van dit jaar werden al 2.000 trajecten opgestart, grotendeels op vraag van de werknemer  zelf.

Daarnaast zijn binnen de wet Werkbaar Wendbaar werk maatregelen genomen om meer flexibiliteit te bieden aan de werknemer. Zo kan hij zijn tijdsbesteding zelf sturen in functie van waar hij op dat moment nood aan heeft. Instrumenten daarvoor zijn onder andere de uitbreiding van tijdskrediet, de mogelijkheid om aan loopbaansparen te doen of het wetgevend kader voor occasioneel telewerk.
We hebben ook de vormingsverplichting uitgebreid, zodat werknemers zichzelf kunnen blijven ontplooien of kunnen werken aan wat zij nodig hebben voor hun job, bv. stress-coaching of beter
leidinggeven.

Nieuwe maatregelen

Daarnaast voorziet minister Kris Peeters een aantal nieuwe maatregelen. Kris Peeters: “Ik wil de sectoren ertoe aanzetten om op sectoraal niveau gezamenlijk een pool van stress- en burn-outcoaches te financieren. Dit kan bijvoorbeeld door een deel van de vormingsmiddelen of de middelen voor risicogroepen te gebruiken. Deze coaches hebben de nodige kennis van de sector. Zij kunnen niet alleen werknemers met spanningsklachten begeleiden, maar ook en vooral preventief werken door dreigende burn-out tijdig te herkennen en te voorkomen. Hiervoor moeten zij uiteraard samenwerken met de bestaande structuren binnen de ondernemingen, zoals het comité voor preventie en bescherming op het werk en de preventieadviseurs.”
Daarnaast wil ik ook meer instrumenten aanbieden om het evenwicht tussen werk en privé verder te herstellen. Daarom wil ik bekijken of we het Franse voorbeeld kunnen volgen, door aan ondernemingen te vragen om afspraken te maken over een recht op de-connectie. Daardoor krijgen werknemers meer duidelijkheid over de vraag of zij buiten het werk ook werkmails moeten beantwoorden of bereikbaar moeten zijn voor hun baas.”

Behandeling

Minister Kris Peeters stelde de nieuwe maatregelen voor naar aanleiding van een bezoek aan het centrum Revida in Bornem, dat zich specifiek richt op de behandeling van burn-outs.
Kris Peeters: “Niet iedereen kan zomaar het werk hervatten, zelfs niet via een re-integratietraject. Mensen moeten eerst hun veerkracht en bevlogenheid terugvinden en soms ook hun grenzen leren bewaken voordat ze echt terug aan de slag kunnen. Een begeleiding door een multidisciplinair team van artsen, psychologen, voedingsdeskundigen, enzovoort, kan daarbij helpen. Ook dat is een deel van de oplossing. Het ondersteunt het re-integratietraject en geeft het meer slaagkans.”

Bron: permededeling Kris Peeters

Gepubliceerd op 05-07-2017

  1222