Geen outplacementbegeleiding voor zieke werknemers (art. 52 DB Werk)

Werkgevers moeten voortaan geen outplacementbegeleiding meer aanbieden aan de werknemer die aantoont dat het vaststaat dat hij medisch ongeschikt is om een outplacementbegeleiding te volgen. De opzeggingsvergoeding zal in dat geval integraal verschuldigd zijn, zonder vermindering met vier weken loon.

Outplacement

De wet op het eenheidsstatuut heeft een algemeen recht op outplacement ingevoerd voor werknemers die worden ontslagen en die recht hebben op een opzeggingstermijn of ontslagvergoeding van minstens 30 weken.
Dit outplacement wordt betaald door de werkgever. Maar om de ontslagkost te temperen, mag men vier weken loon in mindering brengen van de ontslagvergoeding wanneer een ontslagen werknemer het recht op outplacement kan inroepen. Die vermindering is gekoppeld aan het recht op outplacement, niet aan de effectieve uitoefening van dat recht.

Zieke werknemer

Wie langdurig ziek is op het moment van het ontslag behoudt zijn recht op outplacement en zal dat eventueel op een later tijdstip kunnen uitoefenen. Ook in dat geval kan de werkgever de vermindering van vier weken loon toepassen.
Toch kan het gebeuren dat bij het ontslag al vaststaat dat de werknemer omwille van medische redenen de outplacementbegeleiding niet kan volgen. Denk bijvoorbeeld aan een werknemer die op het moment van het ontslag terminaal ziek is. In die gevallen moet de werkgever geen outplacement aanbieden en is het aangewezen om de werknemer te onttrekken aan het systeem van outplacementbegeleiding.
Daartegenover staat dan dat de opzeggingsvergoeding in dat geval niet zal kunnen worden verminderd met vier weken loon. De zieke werknemer behoudt dus zijn integrale opzeggingsvergoeding.

Opzeggingsvergoeding

Die regeling werd met ingang van 15 februari 2018 ingeschreven in de wet van 5 september 2001.
Het bewijs van de medische reden die het volgen van het outplacement onmogelijk maakt, moet worden aangetoond door de werknemer aan de hand van een geneeskundig getuigschrift van zijn behandelende arts en, indien de werkgever daartoe het initiatief neemt, van een door de werkgever aangestelde arts (tweede arts). Dit moet gebeuren binnen een termijn van zeven dagen te rekenen vanaf de dag waarop de werknemer kennis heeft genomen van het door de werkgever gegeven ontslag, dat aanleiding geeft tot de betaling van een opzeggingsvergoeding.
Bron:

Wet van 15 januari 2018 houdende diverse bepalingen inzake werk, BS 5 februari 2018 (art. 52 DB Werk)

Gepubliceerd op 23-02-2018

steven-bellemans
Steven Bellemans
Wolters Kluwer
  750