Fiscale aanmoediging voor gebruik Speed Pedelecs in de maak?


Het fietsgebruik voor woon-werkverkeer wordt fiscaal aangemoedigd door diverse bepalingen: vrijstelling van het voordeel dat voortvloeit uit de terbeschikkingstelling van een fiets en van accessoires door de werkgever op voorwaarde dat de fiets daadwerkelijk wordt gebruikt voor de woon-werkverplaatsingen (art. 38, § 1, 1e lid, 14°, b WIB 92) en vrijstelling van de kilometervergoeding die de werkgever toekent voor verplaatsingen met de fiets tussen de woonplaats en de plaats van tewerkstelling ten belope van een maximumbedrag van 0,23 euro (art. 38, § 1, 1e lid, 14°, a WIB 92).

Momenteel worden snelle elektrische fietsen of speed pedelecs niet als een fiets beschouwd in de Belgische Wegcode, maar als een bromfiets van klasse B. Daarom kunnen de fiscale voordelen voor fietsen niet aan dergelijke snelle fietsen worden toegekend. Ze komen wel in aanmerking voor de belastingvrijstelling voor het gebruik van andere voertuigen voor het woon-werkverkeer, met name 380 euro per jaar, voor zover de belastingplichtige opteert voor forfaitaire beroepskosten.

Een voorontwerp van wet houdende diverse fiscale bepalingen, dat in eerste lezing werd aangenomen in de Ministerraad, bepaalt dat artikel 38, § 1, 1e lid, 14° van het WIB 92 voor de woon-werkverplaatsing van een gewone elektrische fiets zal worden uitgebreid tot de gebruikers van een gemotoriseerd rijwiel en van een speed pedelec. De initiële vergoeding van 380 euro voor de woon-werkverplaatsingen met die laatste twee voertuigcategorieën zal dus worden vervangen door de vergoeding van 0,23 euro/km.

Omdat een speed pedelec en een gemotoriseerd rijwiel geen fietsen zijn, komen de kosten die verband houden met de terbeschikkingstelling ervan niet in aanmerking voor de verhoogde aftrek van 120%. Ze zijn wel degelijk aftrekbaar tegen 100%, uiteraard op voorwaarde dat het voordeel bij de werknemer wordt belast.

De terbeschikkingstelling van een speed pedelec of van een gemotoriseerd rijwiel zal eveneens worden vrijgesteld.

Bij de werkgever zijn de kosten die specifiek worden gemaakt of gedragen om het gebruik van de fiets door personeelsleden voor het woon-werkverkeer te bevorderen aftrekbaar als beroepskosten ten belope van 120%, voor zover de kosten worden gemaakt of gedragen voor:
  • het verwerven, onderhouden en herstellen van fietsen en de accessoires ervan die ter beschikking gesteld worden van personeelsleden;
  • het verwerven, bouwen of verbouwen van een roerend goed bestemd voor het stallen van fietsen tijdens de werkuren van de personeelsleden of om een kleedkamer of al dan niet uit douches bestaand sanitair ter beschikking te stellen.
Deze aftrekmogelijkheid zal ook worden uitgebreid tot speeds pedelecs en gemotoriseerde rijwielen.

Hiermee wil de regering bijdragen tot de Belgische doelstellingen van het klimaat-energiepakket 2020 van de EU. De regering wil samen met de regio’s de overschakeling naar ander vervoerswijzen stimuleren.

Gepubliceerd op 24-05-2017

  343