Covid-19: Vlaamse regering versoepelt tijdelijk vier tewerkstellingsmaatregelen

Door de coronacrisis kunnen bedrijven en zelfstandigen de tewerkstelling van hun werknemers niet altijd meer garanderen. Daarom versoepelt de Vlaamse Regering via haar besluit van 27 maart 2020 tijdelijk vier tewerkstellingsmaatregelen.
Het gaat om de Vlaamse ondersteuningspremie voor zelfstandigen (VOP) met een arbeidshandicap, de aanwervingsincentive voor langdurig werkzoekenden, de transitiepremie, en de arbeidskaart voor economische migranten.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 27 maart 2020 trad in werking op 27 maart 2020.

Vlaamse Ondersteuningspremie voor zelfstandigen (VOP)

De Vlaamse Ondersteuningspremie voor zelfstandigen (VOP) is bedoeld ter compensatie van het rendementsverlies van een persoon met een arbeidshandicap die hetzij een werknemer is of een zelfstandige. Dit om de integratie van die persoon in het arbeidscircuit te bevorderen. Zowel zelfstandigen in hoofdberoep als bijberoep die aan bepaalde voorwaarden voldoen kunnen een VOP aanvragen bij het ‘departement Werk en Sociale Economie’ van de Vlaamse overheid. Als zelfstandige kan men een VOP voor zichzelf of voor een werknemer in dienst aanvragen.
De VOP is een percentage van het referteloon, en wordt in principe gedurende 20 kwartalen toegekend vanaf het kwartaal van de aanvraag. De VOP kan verlengd worden, maar de verlenging kan in sommige gevallen korter zijn dan 20 kwartalen. Bij zelfstandigen wordt voor de berekening van de VOP het gewaarborgd gemiddeld minimummaandinkomen (GGMMI) als basis of referteloon genomen. Het GGMMI bedraagt momenteel 1.593,81 euro.
De premie wordt per kwartaal betaald.
De VOP wordt beschouwd als een belastbaar inkomen in de personenbelasting. In de vennootschapsbelasting wordt ze vrijgesteld van belastingen.
Om in aanmerking te komen voor deze premie moeten zelfstandigen met een arbeidshandicap aantonen dat hun netto-bedrijfsinkomen op jaarbasis hoog genoeg is. Door de coronacrisis dreigt dit voor velen onmogelijk te worden.
Daarom voorziet de Vlaamse Regering via haar besluit van 27 maart 2020 de mogelijkheid om het inkomen tijdens de crisismaanden niet mee in rekening te brengen zodat zij ook in de toekomst beroep kunnen doen op deze premie.
(aanpassing art. 36, § 3, besluit van de Vlaamse Regering van 18 juli 2008; art. 1, besluit van de Vlaamse Regering van 18 juli 2008)

Aanwervingsincentive voor langdurig werkzoekenden

Werkgevers die een langdurig werkzoekende aanwerven die tussen 25 en 55 jaar oud is, kunnen onder bepaalde voorwaarden een aanwervingsincentive krijgen van de Vlaamse overheid. Dat is een premie tot 4.250 euro.
Het gaat om werkzoekenden tussen 25 en 55 jaar die minstens twee jaar bij VDAB zijn inschreven als niet-werkende werkzoekende en in het Vlaams Gewest worden tewerkgesteld. De werkgever krijgt de incentive na een tewerkstelling van drie maanden en na een tewerkstelling van twaalf maanden om duurzame tewerkstelling te stimuleren.
Bij het bepalen van het bedrag van deze incentive houdt de Vlaamse overheid rekening met de tewerkstellingsbreuk die de werknemer presteert.
Bij de eerste uitbetaling na drie maanden houdt het ‘departement Werk en Sociale economie’ rekening met de gegevens die de werkgever in de aanvraag heeft opgegeven.
Bij de tweede uitbetaling na twaalf maanden controleert het departement de tewerkstellingsbreuk in de multifunctionele aangifte die de werkgever bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid doet.
Bij een tewerkstellingspercentage van minder dan 30% wordt de premie niet uitbetaald, bij een tewerkstellingspercentage tussen 30% en 80% gaat het bij de tweede schijf om een bedrag van 1.800 euro, bij een tewerkstellingspercentage vanaf 80% gaat het om 3.000 euro bij de tweede schijf.
Via haar besluit van 27 maart 2020 voorziet de Vlaamse Regering nu dat het departement de tewerkstellingsbreuk in de multifunctionele aangifte van voor de coronacrisis controleert om de premie uit te betalen. Op deze manier worden werkgevers niet bijkomend benadeeld door de berekening van hun premie in deze crisisperiode.
(aanpassing art. 9, § 3, besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2017; art. 2, besluit van de Vlaamse Regering van 18 juli 2008)

Transitiepremie

Niet-werkende werkzoekenden van minstens 45 jaar oud die graag als zelfstandige willen werken, kunnen onder bepaalde voorwaarden een transitiepremie krijgen van de Vlaamse overheid. De premie zorgt voor financiële zekerheid terwijl zij hun zaak opstarten.
De transitiepremie wordt uitbetaald aan het einde van elke maand, gedurende maximaal 2 jaar. De eerste premie wordt uitbetaald ten vroegste op het einde van de maand die volgt op de maand waarin de aanvraag om de premie werd goedgekeurd.
De premie bedraagt:
  • 1.000 euro per maand in het 1ste kwartaal;
  • een lager bedrag in de volgende kwartalen.
Door de coronapandemie wordt de opstart als zelfstandige bemoeilijkt. De Vlaamse Regering verlengt via haar besluit van 27 maart 2020 automatisch de indienperiode voor aanvraagdossiers telkens met 3 maanden, net als de geldigheidsduur van het verplichte prestarterstraject. En dit tot zolang de minister dit niet meer noodzakelijk acht.
(aanpassing art. 2 en art. 7, § 1, besluit van de Vlaamse Regering van 23 februari 2018; art. 3 en art. 4, besluit van de Vlaamse Regering van 18 juli 2008).

Arbeidskaart voor economische migranten

Buitenlanders die maximaal 90 dagen als loontrekkende in België willen werken, hebben daarvoor een arbeidskaart nodig, en hun werkgever een arbeidsvergunning. De arbeidskaart wordt alleen toegekend aan bepaalde categorieën van werknemers. Voor elke categorie van werknemer gelden andere voorwaarden en procedures.
Wie de duur van zijn verblijf met het oog op werk wil verlengen, moet een aanvraag indienen conform de gecombineerde procedure.
Via haar besluit van 27 maart 2020 voorziet de Vlaamse Regering nu in een uitzondering voor economische migranten uit derde landen (niet-EU) die om uitzonderlijke redenen onafhankelijk van hun wil het land niet kunnen verlaten (bv. door de coronacrisis).
In dat geval kan de arbeidskaart tijdelijk verlengd worden, zonder dat een gecombineerde procedure opgestart dient te worden. Deze uitzondering wordt toegestaan voor de duur van het uitstel van vertrek van de onderdaan van het derde land.
(aanpassing art. 75, besluit van de Vlaamse Regering van 7 december 2018; art. 5, besluit van de Vlaamse Regering van 18 juli 2008).

In werking

Het besluit van de Vlaamse Regering van 27 maart 2020 treedt in werking op 27 maart 2020.
Bron:

Besluit van de Vlaamse Regering van 27 maart 2020 tot wijziging van diverse bepalingen inzake het tewerkstellingsbeleid, BS 1 april 2020.

– Besluit van de Vlaamse Regering van 18 juli 2008 betreffende de professionele integratie van personen met een arbeidshandicap, BS 3 oktober 2008 (art. 36, § 3).

– Besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2017 tot toekenning van aanwervingsincentives voor langdurig werkzoekenden, BS 22 maart 2017 (art. 9, § 3).

– Besluit van de Vlaamse Regering van 23 februari 2018 tot uitvoering van het decreet van 22 december 2017 houdende een premie om de transitie van werkzoekenden naar ondernemerschap te stimuleren, BS 9 maart 2018 (art. 2 en art. 7, § 1).

– Besluit van de Vlaamse Regering van 7 december 2018 houdende uitvoering van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers, BS 21 december 2018 (art. 75).

Gepubliceerd op 10-04-2020

  104