COVID-19: verlenging van de geldigheidsduur van de gezondheidsbeoordelingen van de werknemers tot eind september

Wanneer de periodieke gezondheidsbeoordeling van een werknemer, voorzien sinds 1 maart 2020, niet heeft kunnen plaatsvinden omwille van de maatregelen in het kader van de strijd tegen het coronavirus COVID-19, dan wordt de geldigheidsduur van het formulier voor gezondheidsbeoordeling van de desbetreffende werknemer verlengd tot en met 30 september 2020.
De Algemene Directie Toezicht op het Welzijn op het Werk heeft praktische richtlijnen opgesteld over de uitvoering van de gezondheidsbeoordeling tijdens de periode waarin de lockdownmaatregelen van toepassing zijn. Deze richtlijnen voorzagen in een tijdelijke schorsing van de gezondheidsbeoordelingen en van de aanvullende medische handelingen die de werknemers normaal hadden moeten ondergaan tijdens de lockdownperiode.
Krachtens de Codex over het welzijn op het werk mogen werkgevers de werknemers die niet binnen de in de Codex voorziene termijnen werden onderworpen aan de verplichte preventieve medische onderzoeken niet langer aan het werk stellen. Dat betekent dat de werknemers voor wie de gezondheidsbeoordeling tijdens de crisis werd geschorst niet langer tewerkgesteld kunnen worden na het verstrijken van de geldigheidsduur van hun formulier voor gezondheidsbeoordeling en dit tot hun gezondheidsbeoordeling heeft plaatsgehad.
Opdat de werknemers hun functies voort zouden kunnen uitoefenen, bepaalt de regering thans dat wanneer hun periodieke gezondheidsbeoordeling gepland na 1 maart 2020 niet heeft kunnen plaatsvinden vanwege de sanitaire maatregelen, de geldigheidsduur van het formulier voor gezondheidsbeoordeling van die werknemers wordt verlengd tot 30 september 2020. Deze maatregel gaat met terugwerkende kracht in op 1 maart 2020.
In het kader van die verlenging verklaart de regering dat de voorafgaande gezondheidsbeoordelingen, onderzoeken bij werkhervatting, spontane raadplegingen, onderzoeken in het kader van de moederschapsbescherming en in het kader van de geschiktheidsattesten voor het besturen van een motorvoertuig nog steeds moeten worden uitgevoerd door de preventieadviseur-arbeidsarts in de mate dat de werkgever of werknemer daarom verzoekt. De werknemer kan dus op elk ogenblik een spontane raadpleging vragen aan de preventieadviseur-arbeidsarts voor klachten die verband houden met zijn gezondheid en die hij als werkgerelateerd beschouwt.
Bron:

Gepubliceerd op 10-07-2020

  142