Covid-19: uren studentenarbeid vierde kwartaal 2020 en eerste kwartaal 2021 vallen buiten ‘475 uren-contingent’ en zijn vrij van bedrijfsvoorheffing

De uren studentenarbeid die gepresteerd worden in oktober, november en december 2020 én in januari, februari en maart 2021 in de zorgsector en het onderwijs worden niet in rekening gebracht voor de berekening van het ‘jaarlijks contingent van 475 uren’ dat niet onderworpen is aan sociale zekerheidsbijdragen.
Normaal gezien worden de sociale bijdragen hoger vanaf het 476ste gewerkte uur. Maar de federale regering wil er via de maatregel voor zorgen dat studenten kunnen worden blijven ingezet in de zorg en het onderwijs gezien deze sectoren door de coronapandemie een grote behoefte hebben aan arbeidskrachten. Ze wijzigt hiervoor de toepassingsregels van bijlage III bij het KB/WIB 1992. Er was al een gelijkaardige regeling voor het tweede kwartaal van 2020.
Op de bezoldigingen die vanaf 1 oktober 2020 betaald worden voor studentenarbeid in de zorgsector en het onderwijs is ook geen bedrijfsvoorheffing verschuldigd.
De maatregelen hebben retroactief uitwerking vanaf 1 oktober 2020.

Koninklijk besluit van 18 mei 2020 tot wijziging van de bijlage III van het KB/WIB 1992 op het stuk van de bedrijfsvoorheffing op bezoldigingen voor studentenarbeid, BS 26 mei 2020.

Gepubliceerd op 15-12-2020

  102