Coronavirus COVID-19: tijdelijke inperking van bewarende en uitvoerende loonbeslagen tegen particulieren

Van 30 mei tot 17 juni (en mogelijk nog langer) kan tegen particulieren geen ‘bewarend of uitvoerend beslag onder derden dat de betaling van een geldsom tot voorwerp heeft’, worden gelegd. Een steunmaatregel in het kader van de coronacrisis die doelt op de tijdelijke inperking van het bewarend én uitvoerend loonbeslag om meer ademruimte te geven aan personen en gezinnen die het al financieel moeilijk hadden voor deze crisis en het nu nog moeilijker hebben om de eindjes aan elkaar te knopen. Maar ook andere beslagen tegen particulieren worden tijdelijk ingeperkt. Minstens tot 17 juni 2020 kan tegen particulieren geen uitvoerend beslag worden gelegd, behalve op onroerende goederen andere dan diegene waar de schuldenaar zijn woonplaats heeft. De uitvoerende beslagen die ten opzichte van hen reeds werden gelegd vóór 30 mei worden geschorst (behalve op onroerende goederen andere dan diegene waar de schuldenaar zijn woonplaats heeft).

Voor àlle particulieren

Het gaat om steunmaatregelen in het kader van de coronacrisis. En hoewel ze bedoeld zijn als bescherming van particulieren in financiële moeilijkheden, zijn ze van toepassing op àlle particulieren.

Bewarend of uitvoerend loonbeslag

De bewarende of uitvoerende beslagen onder derden dat de betaling van een geldsom tot voorwerp heeft worden tijdelijk opgeschort. Het gaat hier bijvoorbeeld om loonbeslagen.

Die tijdelijke opschorting is niet van toepassing op alimentatievorderingen om de onderhoudsgerechtigde niet de steun te ontnemen die nodig voor het onderhoud van zichzelf of de kinderen.

Niet bij instemming schuldenaar

De opschorting geldt ook niet indien de schuldenaar instemt met het beslag of de voorzetting van de gedwongen tenuitvoerlegging. In sommige gevallen kan de schuldenaar immers belang hebben bij de verderzetting van het beslag (vb. door de verkoop van het goed waarop het beslag betrekking heeft kan iemand zijn schulden vereffenen).
Vallen buiten het toepassingsgebied van de tijdelijke opschorting
De tijdelijke opschorting is niet van toepassing op:
  • in het kader van de invordering: iedere veroordeling in strafzaken tot een geldboete, tot een verbeurdverklaring van een geldsom die een schuldvordering tot stand brengt die invorderbaar is op het vermogen van een veroordeelde, tot de gerechtskosten of tot een bijdrage, en elke andere verbintenis tot betaling van een som in strafzaken.
  • in het kader van de invordering: van alle sommen verschuldigd uit hoofde van belastingen, voorheffingen, taksen, rechten, verhogingen, administratieve en fiscale geldboeten, nalatigheidsinteresten en bijbehoren, ingevolge een fiscale fraude.
  • op de fiscale kennisgevingen in het kader van het opstellen van akten die de vervreemding of de hypothecaire aanwending van een voor hypotheek vatbaar goed tot voorwerp hebben (bedoeld in de artikelen 434 en 435 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, 93quater en 93quinquies van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, en 36 en 37 van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen).

Vanaf 30 mei tot 17 juni 2020

De maatregelen gelden van 30 mei tot 17 juni 2020 (maar kunnen via KB verlengd worden als dat nodig is gezien de coronacrisis).
Bron:

Wet van 20 mei 2020 houdende diverse bepalingen inzake justitie in het kader van de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 (hoofdstuk 6), BS 29 mei 2020.

Gepubliceerd op 16-06-2020

  560