COVID-19: schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst wegens tijdelijke overmacht

De uitvoering van de arbeidsovereenkomst kan wegens tijdelijke overmacht worden geschorst wanneer het voor een van de partijen door de epidemie van het COVID-19-coronavirus onmogelijk is om de arbeidsovereenkomst uit te voeren. De regering bepaalt de modaliteiten van deze schorsing en de formaliteiten die de werkgever in het kader van het in tijdelijke werkloosheid plaatsen van de werknemer moet uitvoeren.
De gezondheidscrisis heeft geleid tot een terugval in de activiteiten van veel bedrijven, ofwel door een gebrek aan werk, ofwel omdat ze de regels van social distancing niet kunnen naleven. In die omstandigheden kan de uitvoering van de arbeidsovereenkomst wegens tijdelijke overmacht worden geschorst.
Wanneer de werkgever zich beroept op een schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst wegens een situatie van tijdelijke overmacht die het gevolg is van de COVID-19-epidemie, kan hij ofwel de uitvoering van de arbeidsovereenkomst volledig schorsen ofwel een regeling van gedeeltelijke arbeid invoeren. Hij moet dit individueel melden aan de werknemer, ten laatste op de dag vóór de ingangsdatum van de schorsing of de regeling van gedeeltelijke arbeid, en in elk geval voordat de werknemer zich naar het werk begeeft.
In deze melding aan de werknemer moet hij de betreffende periode vermelden en de dagen waarop de werknemer tijdelijk werkloos wordt gesteld en, indien van toepassing, de dagen of het aantal dagen waarop de werknemer geacht wordt arbeidsprestaties te leveren. Als de werkgever na de melding toch een beroep wenst te doen op de werknemer voor het leveren van arbeidsprestaties, kan de tijdelijke werkloosheid worden ingetrokken of geschorst.
Als de werkgever de melding niet tijdig doet, moet hij de werknemer zijn normale loon betalen voor de periode die voorafgaat aan het vervullen van deze formaliteiten.
De werkgever moet bovendien de ondernemingsraad (of de vakbondsafvaardiging) inlichten over zijn beslissing en moet de werknemer die tijdelijk werkloos wordt gesteld informeren over de formaliteiten die hij moet vervullen om een uitkering te ontvangen van de RVA.
Het ligt voor de hand dat een werkgever die zich ten opzichte van een werknemer beroept op schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst wegens een situatie van tijdelijke overmacht die het gevolg is van de epidemie, het werk dat normaal had moeten worden verricht door de werknemer niet mag uitbesteden aan derden, noch laten uitvoeren door studenten. Als de werkgever dit verbod niet naleeft, moet hij zijn werknemer het normale loon betalen voor de betrokken dagen.
Er geldt echter een uitzondering op dit verbod wanneer de werknemer zijn werk niet kan uitvoeren omdat hij in quarantaine is geplaatst, bijvoorbeeld als hij in contact was met een besmette persoon of als hijzelf of een gezinslid dat onder zijn dak woont tot een risicogroep behoort.
Als de werknemer arbeidsgeschikt is maar in quarantaine is geplaatst moet hij dat onmiddellijk melden aan zijn werkgever. Als de werkgever erom vraagt, moet hij een medisch attest voorleggen dat de quarantaine bevestigt en waarvan de regering het model heeft vastgelegd.
Voor deze bepalingen werd geen specifieke datum van inwerkingtreding vastgesteld. Ze treden dus 10 dagen na publicatie in het Belgisch Staatsblad in werking, met name op 13 juli 2020.
Bron:

Gepubliceerd op 10-07-2020

  234