Covid-19: Regering versoepelt voorwaarden voor overbruggingsrecht zelfstandigen

Zelfstandigen beschikken over een overbruggingsrecht waarvan de voorwaarden geregeld worden in de ‘wet van 22 december 2016 houdende invoering van een overbruggingsrecht ten gunste van zelfstandigen’.
Momenteel voorziet deze wet dat het recht niet toegekend wordt wanneer de zelfstandige zijn zelfstandige activiteit minder dan een maand onderbreekt.
De Regering voert nu via de ‘wet van 23 maart 2020’ een versoepeling in voor de onderbrekingen van korte duur. Daardoor wordt aan zelfstandigen een (gedeeltelijke) financiële uitkering toegekend die varieert tussen 25% en 100% van het bedrag van de maandelijkse financiële uitkering van het overbrugginsrecht voor elke periode korter dan één kalendermaand, in functie van het aantal periodes van 7 dagen waarin men door overmacht gedwongen wordt te onderbreken.
De ‘wet van 23 maart 2020’ bevat ook tijdelijke maatregelen voor zelfstandigen, helpers en meewerkende echtgenoten die hun beroepsactiviteit verplicht moeten stopzetten omwille van de federale maatregelen ten gevolge van de coronacrisis.
Financiële uitkering voor onderbrekingen van korte duur
Zelfstandigen, helpers en meewerkende echtgenoten hebben voor periodes van gedwongen onderbreking van hun zelfstandige activiteit wegens overmacht, die te kort zijn en geen volledige kalendermaand omvatten, voortaan recht op een financiële uitkering.
Voor deze ‘korte’ periodes die tot hiertoe niet vergoed worden, wordt sinds 1 maart 2020 een eenmalige financiële uitkering van het overbruggingsrecht uitgekeerd die gelijk is aan 25%, 50%, 75% of 100% van de maandelijkse financiële uitkering, afhankelijk van het feit of de onderbreking respectievelijk minstens 7 dagen, minstens 14 dagen, minstens 21 dagen of minstens 28 dagen duurt. Het gaat hierbij telkens om opeenvolgende kalenderdagen.
In geval van een onderbreking van de beroepsactiviteit gedurende deze kalendermaand die minder dan 7 opeenvolgende kalenderdagen duurt, heeft de betrokken zelfstandige geen recht op een financiële uitkering.
Tijdelijke maatregelen in het kader van Covid-19
Zelfstandigen, helpers en meewerkende echtgenoten die hun beroepsactiviteit verplicht moeten stopzetten door de federale maatregelen ten gevolge van de coronacrisis, hebben recht op de volledige financiële uitkering van het overbruggingsrecht voor de periode van 1 maart 2020 tot en met 30 april 2020.
Het gaat om de volgende gevallen:
  • een zelfstandige die zijn activiteiten volledig moet onderbreken, zoals bv. de uitbaters van bars en restaurants die gewoonweg gesloten zijn, of recreatiecentra;
  • een zelfstandige die zijn activiteiten gedeeltelijk moet onderbreken, zoals bv. handelszaken die verplicht zijn te sluiten in het weekend of de restaurants die open blijven zonder verbruikszaal.
  • een zelfstandige die zijn activiteit volledig moet onderbreken omwille van Covid-19 gedurende een minimumduur van 7 dagen. Voorbeelden hiervan zijn de zelfstandige die in quarantaine wordt geplaatst, zelfstandigen die onderbreken ten gevolge van een bijna volledige afname van de activiteit (productieketen die wordt stopgezet wegens gebrek aan onderdelen, grondstoffen of werkkrachten).
In deze gevallen:
  • wordt dus het volledige bedrag van de financiële uitkering toegekend;
  • wordt niet meer vereist zelfstandige in hoofdberoep te zijn sedert meer dan vier kwartalen, noch vier kwartaalbijdragen effectief te hebben betaald;
  • wordt het recht toegekend zelfs indien de zelfstandige reeds het maximum aantal maandelijkse uitkeringen in het kader van het overbruggingsrecht heeft ontvangen (afhankelijk van het geval 12 maanden of 24 maanden). Bovendien worden de periodes toegekend onder het uitzonderingsregime niet in aanmerking genomen voor het maximale aantal toekomstige toekenningen.
De Koning kan de periode van de toepassing van deze tijdelijke maatregelen verlengen in het geval dat de Covid-19-epidemie en de federale gezondheidsmaatregelen langer duren dan de maand april 2020.
In werking
De wet van 23 maart 2020 treedt in werking op 24 maart 2020.
Bron:Wet van 23 maart 2020 tot wijziging van de wet van 22 december 2016 houdende invoering van een overbruggingsrecht ten gunste van zelfstandigen en tot invoering van tijdelijke maatregelen in het kader van COVID-19 ten gunste van zelfstandigen, BS 24 maart 2020.

Wet van 22 december 2016 houdende invoering van een overbruggingsrecht ten gunste van zelfstandigen, BS 6 januari 2017.

Gepubliceerd op 26-03-2020

  45