Covid-19: NAR stelt voor om sociale verkiezingen uit te stellen tot november 2020

De Nationale Arbeidsraad (NAR) heeft tijdens zijn plenaire zitting van 24 maart 2020 het advies nr. 2.160 goedgekeurd waarin hij voorstelt om de procedure voor de sociale verkiezingen van mei 2020 tijdelijk op te schorten vanaf dag x+36.

De Raad constateert dat de regeringsmaatregelen om de verspreiding van het coronavirus (Covid-19) te stoppen, een normaal verloop van de verkiezingsprocedure en een goede organisatie van de sociale verkiezingen, die zouden plaatsvinden tussen 11 en 24 mei 2020, bijzonder moeilijk maken.

De NAR vraagt dan ook om deze datum van deze sociale verkiezingen uit te stellen en stelt voor om uit te gaan van de periode van 16 tot 29 november 2020, onder voorbehoud van hoe de gezondheidstoestand omwille van het coronavirus evolueert. 
De Raad vraagt de Koning om, op zijn advies, de datum van de volgende sociale verkiezingen vast te leggen.
 
Om de rechtszekerheid voor werknemers en werkgevers te garanderen, hebben de sociale partners afgesproken dat de lijsten nog wel zullen ingediend worden tot dag x+35, m.a.w. tussen 17 maart en 30 maart 2020 (afhankelijk van de gekozen kiesdatum in de ondernemingen). Hierdoor zijn de nieuwe kandidaten gekend en is er rechtszekerheid over de ontslagbescherming.
Geen enkele onderneming gaat nu over tot de aanplakking of elektronisch ter beschikking stellen van de kandidatenlijsten. Werkgevers en kandidaten zullen met volle respect voor elkaar de verdere procedure afwerken. De kiescampagne wordt na het zomerreces verdergezet.

De opschorting moet zowel toegepast worden op de ondernemingen die hun x+35 correct en tijdig toepassen vanaf 17 tot en met 30 maart, als op ondernemingen die hun verkiezingsprocedure te laat opstartten, of waarin de verkiezingsprocedure vertraging opliep ingevolge beroepen voor de arbeidsgerechten. De fase x+35 eindigt voor deze laatste ondernemingen na de uiterste datum van 30 maart 2020, die voortvloeit uit de periode van de sociale verkiezingen zoals bepaald door artikel 9 van de wet van 4 december 2007 betreffende de sociale verkiezingen.

De Raad benadrukt dat het van essentieel belang is:

  •  dat de respectieve rechten en verplichtingen van alle belanghebbenden worden bevroren in de staat waarin ze zich bevinden op dag x+36, gewenste datum van de tijdelijke schorsing van de verkiezingsprocedure;
  •  om ieder ongewenst en onwenselijk rechtstreeks of onrechtstreeks effect omwille van de schorsing van de verkiezingsprocedure en het uitstel van de dag van de sociale verkiezingen (dag Y) te vermijden.


 

Bron:

Gepubliceerd op 26-03-2020

  487