COVID-19: met ‘Coronatijdskrediet’ kunnen ondernemingen in moeilijkheden arbeidsprestaties verminderen in ruil voor een uitkering

De federale regering heeft een reeks nieuwe steunmaatregelen aangenomen voor werkgevers en werknemers van ondernemingen in herstructurering of in moeilijkheden. Hierna volgt een overzicht van de maatregelen rond het ‘Coronatijdskrediet’ in het kader van het COVID-19-coronavirus.

Coronatijdskrediet is een specifieke formule van vermindering van de arbeidsprestaties waaraan een uitkering wordt gekoppeld. Het is bestemd voor werknemers van een onderneming die is erkend als zijnde in herstructurering of in moeilijkheden. In tegenstelling tot wat de benaming ‘Coronatijdskrediet’ suggereert, is deze maatregel niet gekoppeld aan de voorwaarde om een derde die door het virus is getroffen te verzorgen.

De regeling geldt enkel voor ondernemingen van wie de periode van erkenning als onderneming in herstructurering of in moeilijkheden ten vroegste op 1 maart 2020 en uiterlijk op 31 december 2020 ingaat. De minister van Werk kan deze erkenning verlenen, zelfs als bij de aanvraag geen cao wordt gevoegd, wat normaal verplicht is.
Coronatijdskrediet wil die ondernemingen de mogelijkheid geven de arbeidsprestaties van hun werknemers te verminderen zonder dat hun werknemers een te groot inkomensverlies lijden. De werkgever kan aan elke voltijds tewerkgestelde werknemer (d.w.z. die ten minste 3/4 van een voltijdse arbeidsregeling is tewerkgesteld in de onderneming) voorstellen om zijn arbeidsprestaties te verminderen met 1/5 of tot een halftijdse betrekking voor een periode die niet korter mag zijn dan één maand en niet langer dan zes maanden. Die periode moet bovendien in de erkenningsperiode als onderneming in herstructurering of in moeilijkheden vallen.

Gaat de werknemer akkoord, dan moet de overeenkomst tot tijdelijke vermindering van zijn voltijdse arbeidsprestaties schriftelijk worden vastgesteld. Die overeenkomst kan worden verlengd, en hoeft niet onmiddellijk aan te sluiten op de vorige periode, maar mag de maximumperiode van zes maanden niet overschrijden. In ruil wordt aan de werknemer een uitkering toegekend. Die uitkering is dezelfde als voor normaal tijdskrediet.

Opgelet: wanneer de werkgever een aanvullende vergoeding toekent, mag de som van het brutoloon, van de Coronatijdskredietuitkering, van het eventuele supplement bij deze uitkering op basis van een gewestelijke regeling en van de aanvullende vergoeding van de werkgever niet hoger zijn dan het brutoloon waarop de werknemer recht had vóór de invoering van de tijdelijke vermindering van de arbeidsprestaties.

De periode van vermindering van de arbeidsprestaties in het kader van het Coronatijdskrediet wordt niet in aanmerking genomen voor de maximumperiode van tijdskrediet over de volledige loopbaan.
Deze bepalingen zijn van kracht sinds 1 juli 2020.
Bron:

Gepubliceerd op 07-07-2020

  138