COVID-19: lockdown heeft geen invloed op vrijstelling fietsvoordeel

Een werkgever leaset fietsen om die ter beschikking te stellen van zijn werknemers in het kader van het woon-werkverkeer.

Het voordeel dat voortvloeit uit de terbeschikkingstelling van een fiets wordt bij de verkrijger vrijgesteld indien hij de fiets daadwerkelijk gebruikt voor de verplaatsingen tussen de woonplaats en de plaats van tewerkstelling. Vaak stelt de ‘cycling policy’ het aantal af te leggen woon-werkverplaatsingen vast. Door de lockdown in deze coronatijden en bijgevolg de verplichte sluiting van kantoren/fabrieken kon in de meeste gevallen niet aan deze voorwaarde worden voldaan.

Een parlementslid vroeg of het niet-naleven van de voorwaarde gevolgen heeft op de vrijstelling van het voordeel.

De minister antwoordt dat wanneer het aantal woon-werkverplaatsingen met de fiets wegens de COVID-19-maatregelen lager is dan bijvoorbeeld vastgelegd in de fietspolicy van de werkgever, dit niet tot gevolg heeft dat de vrijstelling van het voordeel niet meer van toepassing kan zijn.

De vrijstelling van het voordeel van een bedrijfsfiets is cumuleerbaar met de fiscale vrijstelling van de fietsvergoeding. De vrijstelling van de fietsvergoeding is uiteraard enkel van toepassing voor de werkelijk gedane verplaatsingen met de fiets tussen de woonplaats en de plaats van tewerkstelling. De vrijstelling voor de fietsvergoeding kan dus niet van toepassing zijn voor de dagen dat de werknemer deze verplaatsing niet met de fiets heeft afgelegd omwille van de COVID-19-maatregelen.

Voor een werkgever blijven de kosten die gemaakt zijn voor het verwerven, onderhouden en herstellen van de bedrijfsfiets aftrekbaar als beroepskost voor zover voldaan is aan alle wettelijke bepalingen ter zake.

Gepubliceerd op 02-11-2020

  599