COVID-19: Kan een werkgever zijn werknemers verplichten om te komen werken?

Telethuiswerk is in de praktijk de regel geworden. Daar komt nu opnieuw voorzichtig verandering in. Sinds 4 mei mogen meer winkels open en steeds meer ondernemingen willen de draad opnieuw oppikken. Kan de werkgever de werknemer dan verplichten om naar de onderneming te komen, en dus niet langer (alleen) van thuis uit te telewerken?

De aangepaste COVID-19-maatregel

Telethuiswerk was verplicht bij alle niet-essentiële bedrijven. Ook essentiële bedrijven waren verplicht om telethuiswerk toe te passen in de mate van het mogelijke (ministerieel besluit van 23 maart 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, art. 2).

Sinds 4 mei werd de lockdown gedeeltelijk opgeheven. Zo zijn de niet-essentiële bedrijven niet langer verplicht om telethuiswerk toe te passen, al blijft het wel aanbevolen. De ondernemingen moet dan wel de nodige maatregelen nemen om de maximale naleving van de regels van social distancing te garanderen (ministerieel besluit van 30 april 2020 houdende wijziging van het ministerieel besluit van 23 maart 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken,  art. 2). Preventie staat centraal, telethuiswerk maakt daar onderdeel van uit.

Veiligheid: een plicht voor werkgever en werknemer

De COVID-19-maatregel kadert in de algemene verplichting van de werkgever. Een werkgever heeft namelijk de plicht om ervoor te zorgen dat werknemers kunnen werken in behoorlijke omstandigheden met betrekking tot hun veiligheid en gezondheid (arbeidsovereenkomstenwet, art. 20, 2°). Een werkgever moet de nodige preventiemaatregelen nemen, telethuiswerk is er daar één van. Ook de werknemer is verplicht zich te onthouden van al wat schade kan berokkenen aan zijn eigen veiligheid en die van zijn collega’s (arbeidsovereenkomstenwet, art. 17, 4°).

De werkgever moet telethuiswerk blijven aanbieden

De werkgever moet werknemers de mogelijkheid bieden om te (blijven) telewerk als hun rol en functie dat toestaat. Telethuiswerk is namelijk aanbevolen bij alle niet-essentiële ondernemingen (ministerieel besluit van 23 maart 2020, art. 2, §2). Ook de cruciale sectoren en de essentiële diensten blijven verplicht om, in de mate van het mogelijke, telethuiswerk toe te passen.

De werkgever kan de frequentie van telethuiswerk verlagen

Wil de werkgever de frequentie van het telewerk (geleidelijk) verlagen, dan kan dat. De werknemer moet zich dan op het werk aanbieden om het overeengekomen werk uit te voeren. De werkgever moet daarvoor wel een objectieve, legitieme en redelijke reden hanteren. Die zal in de praktijk zeker verband houden met de organisatie van het werk of de operationele behoeften van de onderneming.

De werkgever moet de veiligheid binnen de onderneming garanderen en moet met de werknemers(vertegenwoordigers) overleggen

De werkgever moet er steeds voor zorgen dat de werknemer onder veilige gezondheids- en veiligheidsomstandigheden naar de onderneming kan terugkeren. Deze preventiemaatregelen moeten op ondernemingsniveau worden uitgewerkt. De werkgever moet de werknemers(vertegenwoordigers) hierbij betrekken. De werkgever moet de regels van het sociaal overleg in de onderneming respecteren. Bij ontstentenis van een ondernemingsraad, een comité voor preventie en bescherming op het werk, of een vakbondsafvaardiging wordt in een onderneming, overlegt de werkgever met de betrokken werknemers. De onderneming moet de preventiemaatregelen uitwerken in overleg met de diensten voor preventie en bescherming op het werk (ministerieel besluit van 23 maart 2020, art. 2, §2).

De werkgever kan de werknemer verplichten om naar de onderneming terug te keren

Een werkgever die gepaste preventiemaatregelen heeft toegepast binnen de onderneming, in overleg met de werknemers(vertegenwoordigers), kan een werknemer verplichten om naar de onderneming terug te keren. De rol van de werknemer en de noden van de onderneming kunnen maken dat telethuiswerk niet (langer) mogelijk is.
De werknemer die dan toch nog weigert om op het werk aan te bieden, is ongerechtvaardigd afwezig. Hij of zij kan geen aanspraak maken op loon.
Ontstaat er op de werkvloer plots een gevaarlijke situatie, dan mag de werknemer natuurlijk de werkpost of de gevaarlijke zone verlaten. Hij of zij mag daar geen nadeel van ondervinden en moet worden beschermd tegen alle ongerechtvaardigde nadelige gevolgen daarvan (welzijnscodex, art. I.2-26).

Gepubliceerd op 09-05-2020

partena_professional
Partena Professional
  4605