Covid-19-coronavirus: fiscale implicaties van de maatregelen op het vlak van aanvullende pensioenen

In het kader van de gezondheidscrisis trof de wet van 7 mei 2020 (B.S., 18 mei 2020) maatregelen zodat werknemers die tijdelijk werkloos zijn wegens overmacht of wegens economische redenen, de pensioenopbouw en de risicodekkingen kunnen behouden die in het kader van de beroepsactiviteiten worden ingesteld door hun werkgevers en/of sectoren.

Die maatregelen willen vermijden dat de periodes van tijdelijke werkloosheid als gevolg van die crisis een negatieve invloed zouden hebben op de aanvullende pensioentoezeggingen en op bepaalde andere toezeggingen die door de werkgevers en/of sectoren ten gunste van hun werknemers zijn aangegaan.
Daarom bepaalt de wet dat tijdens de periode van tijdelijke werkloosheid wegens overmacht of wegens economische redenen als gevolg van de gezondheidscrisis:
  • aangeslotenen automatisch, behalve in geval van weigering van hun werkgever of sector, en zonder administratieve of medische formaliteiten of contractwijzigingen, de pensioenopbouw en de dekking van hun werkgever of sector inzake overlijden evenals inzake gezondheidszorgen, arbeidsongeschiktheid en/of invaliditeit verder kunnen blijven genieten;
  • werkgevers voor de bijdragen met betrekking tot die voortzetting een uitstel van betaling kunnen genieten tot uiterlijk 30 september 2020.

Voor welke pensioentoezeggingen?

De wet is van toepassing op de volgende toezeggingen:
  • de pensioentoezeggingen zoals bedoeld in art. 3, § 1, 2° van de wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen (WAP) evenals, in voorkomend geval, de aanvullende verzekeringen zoals bedoeld in hoofdstuk IX van het KB van 14 november 2003 die daarmee zijn verbonden;
  • de beroepsgebonden ziektekostenverzekeringsovereenkomsten zoals bedoeld in artikel 201, § 1, 1° van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen;
  • de beroepsgebonden arbeidsongeschiktheids- en invaliditeitsverzekeringsovereenkomsten zoals bedoeld in artikel 201, § 1, 2° en 3° van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen;
  • de dekkingen inzake arbeidsongeschiktheid en invaliditeit die worden beheerd door een instelling voor bedrijfspensioenvoorziening, ten gunste van werknemers indien de arbeidsovereenkomst van één of meer aangeslotenen wordt opgeschort door de tijdelijke werkloosheid wegens overmacht of wegens economische redenen als gevolg van de crisis door Covid-19 en voor zover het pensioenreglement, het solidariteitsreglement, de pensioenovereenkomst, het reglement of de overeenkomst die van toepassing is, niet voorziet in de voortzetting van de pensioenopbouw en van de risicodekkingen gedurende die periode van opschorting van de arbeidsovereenkomst.

Fiscale implicaties

De fiscale implicaties worden beschreven in een administratieve circulaire.
De voortzetting van de pensioenopbouw en van de risicodekkingen, wanneer de arbeidsovereenkomst van één of meer aangeslotenen is opgeschort door de tijdelijke werkloosheid wegens overmacht of wegens economische redenen als gevolg van de gezondheidscrisis maakt integraal deel uit van de pensioentoezegging. Die voortzetting maakt geen wijziging uit van de pensioentoezegging of, in voorkomend geval, van de solidariteitstoezegging die eraan is verbonden.
Bijgevolg worden de bijdragen en premies voor aanvullende verzekeringen of pensioentoezeggingen die vrijwillig worden betaald voor de periode tussen 1 maart 2020 en 30 juni 2020 waarin de uitvoering van de arbeidsovereenkomst geheel of gedeeltelijk wordt opgeschort wegens overmacht of wegens economische redenen als gevolg van de Covid-19-pandemie, eveneens geacht te zijn betaald in uitvoering van die aanvullende verzekeringen of pensioentoezeggingen.
Voor de werkgever houdt die gelijkstelling in dat die bijdragen en premies geacht worden te voldoen aan de voorwaarden van art. 52, 3°, b), WIB 92. In het kader van de naleving van de andere voorwaarden voor de aftrek van de bedoelde bijdragen en premies (art. 59, WIB 92 en de art. 34 en 35, KB/WIB 92) en hoofdzakelijk voor de berekening van de zogenaamde 80 %-grens zoals voorzien door die bepalingen, mag rekening worden gehouden met de berekeningsparameters (referentiebezoldiging en indexatie) zoals die van toepassing waren vóór de aanvang van de periode van tijdelijke werkloosheid.
M.a.w., voor de berekening van de 80 %-grens mag er van worden uitgegaan dat de werknemer, gedurende de periode van tijdelijke werkloosheid, dezelfde bezoldiging is blijven ontvangen als diegene die hem zou zijn uitbetaald indien de arbeidsovereenkomst niet was opgeschort. Bijgevolg kan de normale brutojaarbezoldiging worden berekend zonder rekening te houden met de vermindering van de bezoldiging als gevolg van de tijdelijke werkloosheid. Hetzelfde principe als voor tijdskrediet wordt toegepast (in die veronderstelling voor zover dit door het pensioenreglement is bepaald).
Het spreekt natuurlijk voor zich dat de gelijkstelling en de fiscale gevolgen ervan alleen van toepassing zijn wanneer de beslissing van de werkgever identiek is voor alle aangeslotenen van eenzelfde aanvullende verzekering of toezegging en die zich in een situatie van tijdelijke werkloosheid als gevolg van de Covid-19-pandemie bevinden.
Bovendien is de gelijkstelling enkel van toepassing voor zover de bedoelde bijdragen en premies niet meer bedragen dan wat verschuldigd zou zijn geweest voor de periodes van effectieve tewerkstelling indien de tijdelijke werkloosheid niet had plaatsgevonden.
We kunnen ons voorstellen dat de hiervoor bedoelde gelijkstelling eveneens geldt voor de voorwaarden van de premies met betrekking tot de invaliditeitstoezeggingen (grens van 100%).
De administratie meldt dat de gelijkstelling in principe eveneens geldt bij de werknemers in de PB, namelijk voor de toepassing van de bepalingen zoals bedoeld in de art. 34, § 1, 2°, eerste lid, b) en c) en 38, § 1, eerste lid, 18°, WIB 92.
Het valt te betreuren dat de wet van 7 mei 2020 niets heeft bepaald over de persoonlijke bijdragen. Voor die bijdragen valt te hopen dat de pensioentoezeggingen voorzien in een aanvullende polis ‘premievrijstelling’ om deze situatie op te vangen.
Bron: Circulaire 2020/C/149 over de bijdragen en premies inzake aanvullende pensioenen in het kader van de crisis door Covid-19, www.fisconetplus.be, © FOD Financiën, 23/11/2020

Gepubliceerd op 09-12-2020

  117