Covid-19: België en Nederland verlengen fiscale afspraken over thuiswerk grensarbeiders voor de vierde keer

België en Nederland verlengen voor de vierde keer hun fiscale afspraken over het thuiswerk van grensarbeiders omwille van de Covid-19-pandemie, dit keer tot en met 31 maart 2021.
Op 30 april 2020 sloten België en Nederland een overeenkomst die duidelijkheid verschaft over de fiscale situatie van grensarbeiders die omwille van de coronacrisis van thuis uit moeten werken, of verplicht op werkdagen moeten thuis blijven zonder te werken.
Beide landen sloten deze overeenkomst initieel af voor een korte periode, van 11 maart tot en met 31 mei 2020.
Maar door opflakkeringen van de pandemie en nieuwe coronamaatregelen werd ze intussen al drie keer verlengd: een eerste keer tot en met 30 juni 2020, een tweede keer tot en met 31 augustus 2020, en een derde keer tot en met 31 december 2020.
En nu volgt er een vierde verlenging waardoor de overeenkomst van 30 april 2020 van toepassing blijft tot en met 31 maart 2021.
Dit wil onder meer zeggen dat – tot en met 31 maart 2021 - de thuiswerkdagen van grensarbeiders behandeld mogen worden als dagen gewerkt in het land waar onder normale omstandigheden zou zijn gewerkt, onder voorwaarde dat deze thuiswerkdagen wel in het andere land worden belast. Werknemers die door de coronamaatregelen van België of Nederland moeten thuiswerken kunnen dus belastbaar blijven in de staat waar ze vóór het uitbreken van de crisis hun normale beroepsactiviteit uitoefenden.
De overeenkomst bepaalt ook hoe het dubbelbelastingverdrag tussen België en Nederland wordt toegepast indien werknemers thuis blijven zonder te werken maar hun salaris toch blijven ontvangen. En ze geeft duiding bij de situatie van Nederlandse grensarbeiders die een tijdelijke werkloosheidsuitkering ontvangen vanuit België.
 

Gepubliceerd op 18-12-2020

  215