COVID-19: aanpassingen aan het stelsel tijdelijke economische werkloosheid

De federale regering heeft een reeks nieuwe steunmaatregelen aangenomen voor werkgevers en werknemers van ondernemingen in herstructurering of in moeilijkheden. Hierna volgt een overzicht van de maatregelen rond de aanpassing van het stelsel tijdelijke economische werkloosheid voor arbeiders en bedienden in het kader van het COVID-19-coronavirus.

Arbeiders

Tot eind 2020 kunnen werkgevers die niet langer voldoen aan de voorwaarden om zich voor hun werknemers te beroepen op een schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst wegens tijdelijke overmacht die verband houdt met de uitbraak van het coronavirus COVID-19, de uitvoering van de arbeidsovereenkomst van hun arbeiders schorsen of een regeling van gedeeltelijke arbeid invoeren. Dit is een aanpassing van het stelsel tijdelijke werkloosheid voor arbeiders.
Concreet kan de uitvoering van de overeenkomst volledig worden geschorst gedurende maximaal acht weken (in plaats van de huidige vier weken) bij gebrek aan werk wegens economische oorzaken. Wanneer de volledige schorsing van de uitvoering van de overeenkomst deze maximumduur van acht weken heeft bereikt, moet de werkgever de regeling van volledige arbeid gedurende een volledige arbeidsweek opnieuw invoeren. Pas daarna kan een nieuwe volledige schorsing of een regeling van gedeeltelijke arbeid ingaan.
Een regeling van gedeeltelijke arbeid die minder dan 3 werkdagen per week of minder dan een werkweek op twee telt, kan worden ingevoerd voor een maximumduur van 18 weken (in plaats van de huidige drie maanden).

Bedienden

Tot eind 2020 worden ook meerdere aanpassingen doorgevoerd aan het stelsel tijdelijke economische werkloosheid voor bedienden. Opgelet: voor deze maatregelen is niet vereist dat de onderneming is erkend als zijnde in moeilijkheden, maar er zijn toch meerdere voorwaarden van toepassing.
Zo kunnen werkgevers die niet langer aan de voorwaarden voldoen om zich voor hun werknemers te beroepen op een schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst wegens tijdelijke overmacht die verband houdt met de uitbraak van het coronavirus COVID-19, de uitvoering van de arbeidsovereenkomst van hun bedienden schorsen of een regeling van gedeeltelijke arbeid invoeren, als ze kunnen aantonen dat ze in het kwartaal voorafgaand aan de aanvraag tot invoering van één van die regelingen een substantiële daling van ten minste 10% van de omzet of de productie hebben gekend in vergelijking met hetzelfde kwartaal van 2019 en als ze de betrokken bedienden twee vormingsdagen per maand aanbieden.
Ondernemingen die een beroep doen op een van deze regelingen moeten verbonden zijn door een cao of door een ondernemingsplan dat de substantiële daling van ten minste 10% van de omzet en de productie aantoont en dat twee opleidingsdagen per maand aanbiedt aan de betrokken werknemers. De werkgever moet onmiddellijk een kopie van het ondernemingsplan bezorgen aan de ondernemingsraad of, bij ontstentenis, aan de vakbondsafvaardiging.
De maximale toepassingsperiodes van 16 kalenderweken per kalenderjaar voor de regeling van volledige schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst, en van 26 kalenderweken per kalenderjaar voor de regeling van gedeeltelijke arbeid worden voor het jaar 2020 met acht kalenderweken opgetrokken.

Inwerkingtreding

Deze verschillende maatregelen treden in werking op 1 september 2020 en treden buiten werking op 31 december 2020.
Bron:

26 juni 2020 - Koninklijk besluit nr. 46 tot uitvoering van artikel 5, § 1, 5° van de wet van 27 maart 2020 die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 (II) tot ondersteuning van de werkgevers en de werknemers, BS 01 juli 2020, p.48792 (art. 12–14)

Wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, BS, 22 augustus 1978 (art. 51 en art. 77/1 e.v.)

Gepubliceerd op 07-07-2020

  62