Coronavirus Covid-19: wettelijke ingrepen om impact op pensioenen te vermijden

Gepensioneerde verplegers, dokters, gezondheidsmedewerkers en andere beroepen die worden opgeroepen in de strijd tegen het coronavirus mogen tijdens de coronacrisis onbeperkt bijverdienen boven op hun pensioen. De wetgever zorgt ervoor dat deze beroepsinkomsten – tijdelijk - niet meetellen voor de cumulatieregels voor bijverdienen. En neemt hij maatregelen om de impact van corona te beperken op het pensioen van bijklussen gepensioneerden die tijdelijk werkloos zijn gevallen en gepensioneerden die een vervangingsinkomen of financiële compensatie ontvangen. Tijdens de crisisperiode zullen deze uitkeringen en vergoedingen geen invloed hebben op de uitbetaling van de pensioenen. De maatregelen gelden (voorlopig) tot en met 30 juni 2020.

Geen verlies van pensioen bij opvordering

Gepensioneerden (verplegers, dokters, gezondheidsmedewerkers, enz.) die worden opgeroepen in de strijd tegen het coronavirus zullen geen impact ondervinden op hun pensioen. Welk pensioen ze ook ontvangen (rustpensioen, overlevingspensioen of overgangsuitkering), de betaling loopt gewoon door. Als ze tijdens de crisis tijdelijk weer aan de slag gaan, worden die beroepsinkomsten niet in aanmerking genomen voor de berekening van het al dan niet overschrijden van de wettelijke grenzen voor bijverdienen.
Onbeperkt bijverdienen tijdens het pensioen is volgens de wettelijke bepalingen in zowel de werknemers-, zelfstandigen als ambtenarensector alleen mogelijk voor wie een eigen rustpensioen ontvangt dat ten vroegste start in het jaar waarin men 65 wordt; als men 45 jaar gewerkt heeft bij aanvang van het pensioen of als men een overgangsuitkering ontvangt. Wie 65 jaar is en alleen een overlevingspensioen krijgt of wie jonger is dan 65 jaar en geen loopbaan van minstens 45 jaar kan aantonen, mag slechts beperkt bijverdienen.
Sommige gepensioneerden die weer aan de slag gaan in strijd tegen corona, riskeren dus dat hun rust- of overlevingspensioen geschorst of verminderd wordt. Iets wat de wetgever in deze uitzonderlijke tijden absoluut wil vermijden: ‘Gezien de uitzonderlijke situatie van deze personen die zich geëngageerd hebben voor de samenleving, zullen de beroepsinkomsten van deze activiteiten (genoten door titularis of zijn echtgenoot niet in aanmerking genomen worden om te bepalen of de toegelaten grenzen in 2020 overschreden worden’.
De maatregel zal gelden voor de beroepsinkomsten voor de periode vanaf 1 maart 2020 voor zover deze inkomsten voorvloeien uit een beroepsactiviteit die aangevat of uitgebreid werd in één van de bedrijven van de cruciale sectoren of in de essentiële diensten en dit in het kader van de strijd tegen het coronavirus. En dat ongeacht het soort pensioen (rust- of overlevingspensioen, overgangsuitkering).
Na de coronacrisis (voorlopige einddatum 30 juni 2020) gelden opnieuw de normale regels voor bijverdienen.

Tijdelijke werkloosheid en vervangingsinkomens

Tijdelijke werkloosheidsuitkeringen en vervangingsinkomens (primaire ongeschiktheidsuitkering, invaliditeitsuitkering, overbruggingsrecht zelfstandigen) toegekend wegens corona worden niet in aanmerking genomen voor de regeling van de cumulatie met een rust- of overlevingspensioen. Voor zover de uitkeringen betrekking hebben op de periode vanaf 1 maart 2020 en het genot van de uitkering te wijten is aan het coronavirus. Voor het overbruggingsrecht ten gunste van zelfstandigen zal het moeten gaan om de uitkering bedoeld in hoofdstuk 3 van de wet van 23 maart 2020 in het kader van het coronavirus.

Vergoedingen ter compensatie van verlies aan inkomsten of bijkomende kosten door corona

De federale, regionale en plaatselijke overheden voorzien heel wat vergoedingen als compensatie voor een verlies aan inkomsten of als vergoeding voor bijkomende kosten te wijten aan het coronavirus. Deze vergoedingen zullen tijdens de crisisperiode (1 maart tot en met 30 juni 2020) niet in aanmerking worden genomen voor de regeling van de cumulatie met een rust- of overlevingspensioen.

Vrijstelling IGO

Volgens de huidige wetgeving worden voor het vaststellen van de inkomensgarantie voor ouderen (IGO) en het gewaarborgd inkomen voor bejaarden (GI) alle bestaansmiddelen en pensioenen in aanmerking genomen tenzij ze volledig of gedeeltelijk worden vrijgesteld. Zo’n vrijstelling is niet voorzien voor de hogergenoemde beroepsinkomsten, vervangingsinkomens en vergoedingen toegekend of verworven in het kader van corona. De wetgever voorziet daarom in een volledige vrijstelling van deze inkomsten voor zover ze betrekking hebben op de periode vanaf 1 maart 2020 tot en met 30 juni 2020 en toegekend zijn in het kader van corona.

Behoud pensioenopbouw en risicodekkingen

Tot slot nog een extra hoofdstuk dat de werknemers die tijdelijk werkloos zijn wegens overmacht of wegens economische redenen in het kader van de coronacrisis toelaat o de pensioenopbouw en de risicodekkingen ingesteld door hun werkgevers en/of sectoren in het kader van de beroepsactiviteit te behouden.
Het gaat meer concreet over het behoud van de pensioenopbouw, van de overlijdensdekking van de pensioentoezegging en van de risicodekkingen in het kader van arbeidsongeschiktheid, invaliditeit en gezondheidszorg.
Dit hoofdstuk heeft retroactief uitwerking vanaf 13 maart 2020. Het treedt buiten werking op 30 september 2020 (behalve artikel 10).
Bron:

Wet van 7 mei 2020 houdende uitzonderlijke maatregelen in het kader van de COVID-19-pandemie inzake pensioenen, aanvullende pensioenen en andere aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid, BS 18 mei 2020.

Gepubliceerd op 19-05-2020

  489