Coronavirus COVID-19: Werkgevers mogen vrijstelling van doorstorting BV voor juni, juli en augustus 2020 compenseren met verschuldigde BV voor latere periode

Werkgevers kunnen ervoor opteren om de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing (BV) die in het kader van Covid-19 wordt verleend voor de maanden juni, juli en augustus 2020, direct te compenseren met de BV die verschuldigd is voor de maand september of oktober 2020 (voor maandaangevers) of voor het derde kwartaal 2020 (voor kwartaalaangevers).

Tijdelijke vrijstelling van doorstorting BV

Om de sectoren te ondersteunen die zwaar getroffen zijn door de Covid 19-pandemie, mildert de wetgever de loonkost voor de maanden juni, juli en augustus 2020 via een gedeeltelijke vrijstelling van doorstorting van BV.
Werkgevers moeten voor deze drie maanden slechts 50% van het verschil tussen enerzijds de BV van elk van die maanden en anderzijds de BV van de referentiemaand (mei 2020) doorstorten naar de Schatkist.
De BV op vakantiegeld, eindejaarspremie en achterstallige bezoldigingen wordt uitgesloten. De totale vrijstelling over de drie maanden mag niet meer bedragen dan 20 miljoen euro.
De vrijstelling geldt voor werkgevers die gedurende een ononderbroken periode van minstens 30 kalenderdagen tussen 12 maart 2020 en 31 mei 2020 gebruik hebben gemaakt van het stelsel van tijdelijke werkloosheid.
Een KB van 22 augustus 2020 heeft de modaliteiten vastgelegd voor de toepassing van deze vrijstelling.
Die toepassing blijkt echter administratief zwaar te zijn en de terugbetaling van de BV die teveel werd doorgestort voor de maanden juni, juli en augustus 2020 neemt ook enige tijd in beslag.
Daarom voorziet het KB van 27 september 2020 om de vrijstelling van doorstorting van BV die in het kader van deze maatregel wordt verleend voor de maanden juni, juli en augustus 2020, direct te compenseren met de BV die verschuldigd is voor de maand september of oktober 2020 (voor maandaangevers) of voor het derde kwartaal 2020 (voor kwartaalaangevers).

Twee BV-aangifte(s)

Werkgevers die van deze gedeeltelijke vrijstelling van BV willen genieten, moeten twee afzonderlijke aangiftes in de overleggen.
Ze moeten ook gegevens en stukken ter beschikking houden van de administratie.
Volgens het KB van 27 september 2020 moet nu voor elk van de drie maanden (juni, juli en augustus 2020) een andere code gebruikt worden (respectievelijk de code 71, 72 en 73), en voor elke code zal een tweede aangifte in de BV moeten worden ingediend (nieuw art. 1/1, § 1, KB van 22 augustus 2020).
De keuze om de vrijstelling te verrekenen met de BV die verschuldigd is voor de maand september of oktober 2020/het derde kwartaal 2020 is definitief en onherroepelijk.
Het Verslag aan de Koning bij het KB van 27 september 2020 bevat voorbeelden die verduidelijken hoe de werkgever de vrijstelling van doorstorting van BV moet aanvragen als hij opteert voor de verrekening met de BV die verschuldigd is voor de maand september of oktober 2020/het derde kwartaal 2020.
De afzonderlijke codes voor de vrijstelling met betrekking tot de maand juni 2020 (code ″71″), juli 2020 (code ″72″) en augustus 2020 (code ″73″) moeten ook worden gebruikt wanneer de vrijstelling van doorstorting van de BV wordt aangerekend op de BV die verschuldigd is voor de maanden waarvoor de vrijstelling wordt gevraagd (aanpassing art. 1, KB van 22 augustus 2020).
Een kwartaalaangever die in zijn aangifte voor het derde kwartaal de vrijstelling van doorstorting van BV wil toepassen voor de maanden juli en augustus 2020, moet dus een tweede aangifte in de BV overleggen met de code 72 voor de maand juli 2020 en een tweede aangifte met de code 73 voor de maand augustus 2020.

Ook overdracht naar latere periodes

Door de vrijstelling van drie maanden ineens aan te rekenen op de BV die voor één periode verschuldigd is, bestaat, in tegenstelling tot een regeling waarbij de vrijstelling maand per maand wordt verrekend, de kans dat de vrijstelling niet volledig kan worden benut.
Het gedeelte van de vrijstelling van doorstorting van BV dat niet kan worden gecompenseerd met de BV die voor de maand september of oktober 2020/het derde kwartaal 2020 verschuldigd is, zal daarom kunnen worden overgedragen naar de BV die verschuldigd is voor volgende periodes (nieuw art. 1/1, § 2, KB van 22 augustus 2020).

Uitgesloten vennootschappen

Ter herinnering: volgende vennootschappen kunnen niet genieten van deze gedeeltelijke vrijstelling van BV:
  • vennootschappen die tijdens de periode van 12 maart 2020 tot 31 december 2020 een inkoop van eigen aandelen of een toekenning of uitkering van dividenden, met inbegrip van de uitkering van liquidatiereserves, of een kapitaalvermindering, of elke andere vermindering of verdeling van het eigen vermogen hebben verricht;
  • vennootschappen die in de periode van 12 maart 2020 tot 31 december 2020:
    • ofwel een rechtstreekse deelneming aanhouden in een vennootschap die gevestigd is in een belastingparadijs (art. 307, § 1/2, WIB 1992 of art. 179, KB/WIB 1992);
    • of betalingen hebben gedaan aan vennootschappen die gevestigd zijn in één van deze staten, voor zover deze betalingen in de loop van het belastbare tijdperk een totaalbedrag vormen van ten minste 100.000 euro, en niet werd aangetoond dat deze betalingen werden verricht in het kader van werkelijke en oprechte verrichtingen die het gevolg zijn van rechtmatige financiële of economische behoeften.

In werking

Het KB van 27 september 2020 treedt in werking op 1 oktober 2020 en heeft uitwerking op de vanaf 1 juni 2020 betaalde of toegekende bezoldigingen.
Bron:Koninklijk besluit van 27 september 2020 tot wijziging van koninklijk besluit van 22 augustus 2020 houdende uitvoering van artikel 2, achtste lid, van de wet van 15 juli 2020 houdende diverse dringende fiscale bepalingen ten gevolge van de COVID-19 pandemie (CORONA III), met betrekking tot de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing, BS 1 oktober 2020.

Koninklijk besluit van 22 augustus 2020 houdende uitvoering van artikel 2, achtste lid, van de wet van 15 juli 2020 houdende diverse dringende fiscale bepalingen ten gevolge van de COVID-19 pandemie (CORONA III), met betrekking tot de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing, BS 31 augustus 2020.

– Wet van 15 juli 2020 houdende diverse dringende fiscale bepalingen ten gevolge van de COVID-19 pandemie (CORONA III), BS 23 juli 2020 (art. 2).

Gepubliceerd op 02-10-2020

  103